Artikel 16 - Aan het modelrecht verbonden rechten
Print this page1. De inschrijving van een model verleent aan de houder ervan het exclusieve recht om het te gebruiken en om derden aan wie de houder daartoe geen toestemming heeft gegeven, te beletten het te gebruiken.
2. Uit hoofde van lid 1 kan met name het volgende worden verboden:
a) het vervaardigen, aanbieden, in de handel brengen, of gebruiken van een voortbrengsel waarin het model is verwerkt of waarop het is toegepast;
b) het invoeren of uitvoeren van een in punt a) bedoeld voortbrengsel;
c) het voor de in de punten a) en b) genoemde doeleinden in voorraad hebben van een in punt a) bedoeld voortbrengsel;
d) het creëren, downloaden, kopiëren en delen of verspreiden onder anderen van een drager waarop of software waarin het model is vastgelegd, teneinde een in punt a) bedoeld voortbrengsel te kunnen maken.
3. De houder van een ingeschreven modelrecht heeft het recht derden te beletten voortbrengselen uit derde landen die in de lidstaat waar het model is ingeschreven, niet in het vrije verkeer zijn gebracht, in die lidstaat in het handelsverkeer te brengen, indien het model op identieke wijze in die voortbrengselen is verwerkt of daarop is toegepast, of indien het model in zijn belangrijkste kenmerken niet van dergelijke voortbrengselen kan worden onderscheiden, en de toestemming van de houder van het recht niet is verleend.
Het in de eerste alinea van dit lid bedoelde recht vervalt indien door de aangever of de houder van de voortbrengselen tijdens de procedure om te bepalen of inbreuk is gemaakt op het ingeschreven modelrecht, die is ingeleid overeenkomstig Verordening (EU) nr. 608/2013, het bewijs wordt geleverd dat de houder van het ingeschreven modelrecht niet gerechtigd is om het op de markt brengen van de voortbrengselen in het land van de eindbestemming te verbieden.