Artikel 12

Print this page

  weegschaal.png  weegschaal.png

 

1. De Lid-Staten dragen er via civiel- of administratiefrechtelijke bepalingen, al naar gelang van het geval, zorg voor dat de betrokkenen de onderhandelingen over toestemming voor doorgifte via de kabel van omroepuitzendingen te goeder trouw aangaan en niet zonder geldige reden verhinderen of belemmeren.

 

2. Een Lid-Staat die op de in artikel 14, lid 1, genoemde datum over een orgaan beschikt dat op zijn grondgebied bevoegd is kennis te nemen van gevallen waarin het recht op doorgifte van een programma via de kabel aan het publiek in die Lid-Staat door een omroeporganisatie op onredelijke gronden is geweigerd of op onredelijke voorwaarden is aangeboden, mag dat orgaan handhaven.

 

3. Lid 2 is met ingang van de in artikel 14, lid 1, genoemde datum van toepassing voor een overgangsperiode van acht jaar.