Artikel 3

Print this page

  weegschaal.png

 

1. Een partij in de procedure moet, totdat het Bureau een eindbeslissing neemt, de officiële taal van de Europese Unie gebruiken die zij heeft gekozen in het eerste stuk dat zij bij het Bureau heeft ingediend en te dien einde heeft ondertekend.

Een rechtsopvolger zoals bedoeld in artikel 23, lid 1, van de basisverordening kan er echter om verzoeken dat tijdens procedures in de toekomst een andere officiële taal van de Europese Unie wordt gebruikt, op voorwaarde dat dat verzoek wordt ingediend bij de inschrijving van de overdracht van het communautaire kwekersrecht in het register van communautaire kwekersrechten.

 

2. Wanneer een partij in de procedure een stuk indient, en te dien einde ondertekent, in een andere officiële taal van de Europese Unie dan zij krachtens lid 1 moet gebruiken, wordt dit stuk geacht eerst te zijn ontvangen op het ogenblik waarop het Bureau over een door andere diensten bezorgde vertaling ervan beschikt. Het Bureau kan afwijkingen van deze bepaling toestaan.

 

3. Wanneer een partij in de procedure tijdens de mondelinge behandeling een andere taal gebruikt dan de officiële taal van de Europese Unie die door de bevoegde personeelsleden van het Bureau en/of andere partijen wordt gebruikt en door haar moet worden gebruikt, moet zij voor simultaanvertolking naar deze laatste taal zorgen. Geschiedt dit niet, dan mag de mondelinge behandeling worden voortgezet in de talen die door de bevoegde personeelsleden van het Bureau en andere partijen in de procedure worden gebruikt.