Artikel 4

Print this page

  weegschaal.png

 

1. Een partij in de procedure, getuige of deskundige, die ter verkrijging van bewijs tijdens de mondelinge behandeling wordt gehoord, mag een van de officiële talen van de Europese Unie gebruiken.

 

2. Wanneer op verzoek van een partij in de procedure tot een maatregel ter verkrijging van bewijs als bedoeld in lid 1 wordt besloten, kan, wanneer een partij in de procedure, getuige of deskundige niet in staat is zich voldoende in een van de officiële talen van de Europese Unie uit te drukken, deze slechts worden gehoord, mits de partij die om de maatregel heeft verzocht, zorgt voor vertolking naar de officiële taal van de Europese Unie die door alle partijen in de procedure of door de personeelsleden van het Bureau wordt gebruikt.

 

De partijen in een procedure, een getuige of een deskundige en de personeelsleden van het Bureau of van de Kamer van beroep kunnen overeenkomen dat gedurende de mondelinge behandeling slechts één van de officiële talen van de Europese Unie wordt gebruikt.

 

Het Bureau kan afwijkingen van de eerste alinea toestaan.

 

3. Verklaringen die door de personeelsleden van het Bureau, door partijen in de procedure, getuigen en deskundigen tijdens de mondelinge behandeling of bij de bewijsvoering in een van de officiële talen van de Europese Unie worden afgelegd, worden in deze taal genotuleerd. Verklaringen die in een andere taal worden afgelegd, worden in de door de personeelsleden van het Bureau gebruikte taal genotuleerd.