Over auteursrecht en faillissement

16-11-2012 Print this page

B9 11849. Wim Maas, Deterink Advocaten en Notarissen: Mini-nootje naar aanleiding van Vzr. Rb ’s-Gravenhage 2 november 2012 (429487 / KG ZA 12-1156, B9 11821).

“Op het eerste gezicht lijkt deze beslissing van de Voorzieningenrechter juist. Immers, via de schakelbepaling van artikel 313 Fw is artikel 25 Fw van overeenkomstige toepassing op het wettelijke regime van de schuldsanering. Dat betekent dat inderdaad alleen de bewindvoerder bevoegd is namens de schuldeiser rechtsvorderingen die de boedel betreffen in te stellen.

Desalniettemin is deze beslissing naar mijn mening te kort door de bocht. Het is namelijk maar de vraag of het inroepen van auteursrechtelijke bescherming voor een bepaald werk door het instellen van bijvoorbeeld een verbodsvordering kwalificeert als een “rechtsvordering die de boedel betreft”. Immers, op basis van artikel 21 onder 1 Fw  jo. artikel 2 lid 3 Aw blijft het auteursrecht in de gevallen waarin het niet vatbaar is voor beslag buiten het faillissement. Dat betekent dat buiten het faillissementsbeslag blijven: i) het door een auteur nog niet overgedragen auteursrecht, en ii) het auteursrecht op niet openbaar gemaakte werken dat nog aan de auteur of diens erfgenamen toekomt. Overigens blijven ook de persoonlijkheidsrechten buiten het faillissementsbeslag.

Tegen deze achtergrond rijst de vraag of de door X ingestelde verbodsvordering op grond van zijn vermeende auteursrecht wel kwalificeert als een “rechtsvordering die de boedel betreft.”

Lees de gehele noot hier.