
In opdracht afvullen van met (inbreukmakende) tekens voorziene en voor export bestemde blikjes geen merkgebruik: deze vaststaande feiten laten geen andere conclusie toe dan dat de gewraakte gedragingen van [A] en Smart Drinks volledig stroken met de door het HvJEU in zijn verklaring voor recht vermelde gedragingen van respectievelijk de ‘dienstverlener’ en de ‘derde’. Art. 14 Handhavingsrichtlijn strekt zich mede uit over prejudiciële procedure, gevoerd in kader van geding waarop artikel van toepassing is: ook hetgeen onder (b) is aangevoerd, faalt. Er is geen grond aan te nemen dat de werking van art. 14 Handhavingsrichtlijn zich niet mede zou uitstrekken tot een prejudiciële procedure, gevoerd in het kader van een geding waarop het voorschrift van toepassing is. Proceskosten niet toereikend gespecificeerd: de kosten zijn niet anders gespecificeerd dan met een opgave van het totale aantal uren dat de onderscheiden advocaten in cassatie en in de prejudiciële procedure aan de zaak hebben besteed (en van een forfaitair percentage aan kantoorkosten), zonder nadere specificatie van de door hen afzonderlijk verrichte werkzaamheden en gehanteerde uurtarieven.
MERKENRECHT - PROCESRECHT
Vervolg op IEPT20111215 (HvJEU) en IEPT20100219 (HR tussenarrest). Uit de beantwoording van de door de HR gestelde prejudiciële vragen ten aanzien van het ‘afvullen’ van met merken voorziene blikjes volgt dat de gewraakte gedragingen van [A] geen gebruik opleveren in de zin van artikel 5 Merkenrichtlijn en daarmee evenmin in de zin van artikel 2.20 BVIE. Het bestreden arrest kan derhalve niet in stand blijven.
De Hoge Raad doet de zaak zelf af: nu Red Bull geen andere grondslag aan haar vorderingen heeft gegeven dan de beweerde merkinbreuk van [A] door het ‘afvullen’ van blikjes en vaststaat dat [A] de merken van Red Bull niet heeft gebruikt, dienen de vorderingen alsnog te worden afgewezen, met verwijzing van Red Bull in de proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep. Ook in cassatie dient Red Bull in de proceskosten te worden veroordeeld. Het verweer van Red Bull dat de door [A] opgevoerde kosten niet toereikend zijn gespecificeerd treft doel: de kosten zijn niet anders gespecificeerd dan met een opgave van het totale aantal uren dat de onderscheiden advocaten in cassatie en in de prejudiciële procedure aan de zaak hebben besteed, zonder nadere specificatie van de door hen afzonderlijk verrichte werkzaamheden en gehanteerde uurtarieven. Dat belet Red Bull zich tegen die opgave naar behoren te verweren; de kosten zullen daarom op de gebruikelijke wijze worden begroot.
2.4.2 Red Bull verweert zich met het betoog (a) dat de vordering te laat is ingesteld, althans waar het betreft het geding voorafgaand aan de verwijzing naar het HvJEU, (b) dat art. 1019h Rv niet van toepassing is op de prejudiciële procedure, (c) dat de opgevoerde kosten niet toereikend zijn gespecificeerd en (d) dat het gevorderde bedrag niet redelijk en evenredig is en de billijkheid zich tegen toewijzing verzet.
2.4.3 Het verweer onder (a) mist doel. Aan een vordering tot vergoeding van proceskosten op de voet van art. 1019h Rv (art. 14 Handhavingsrichtlijn) wordt in beginsel geen andere eis gesteld dan dat de gevorderde kosten zo tijdig worden opgegeven en gespecificeerd dat de wederpartij zich daartegen naar behoren kan verweren (vgl. HR 30 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2153, NJ 2008/556 (Endstra)). Ook hetgeen onder (b) is aangevoerd, faalt. Er is geen grond aan te nemen dat de werking van art. 14 Handhavingsrichtlijn zich niet mede zou uitstrekken tot een prejudiciële procedure, gevoerd in het kader van een geding waarop het voorschrift van toepassing is. Het verweer onder (c) treft evenwel doel: de kosten zijn niet anders gespecificeerd dan met een opgave van het totale aantal uren dat de onderscheiden advocaten in cassatie en in de prejudiciële procedure aan de zaak hebben besteed (en van een forfaitair percentage aan kantoorkosten), zonder nadere specificatie van de door hen afzonderlijk verrichte werkzaamheden en gehanteerde uurtarieven. Dat belet Red Bull zich tegen die opgave naar behoren te verweren. De kosten zullen daarom op de gebruikelijke wijze worden begroot.
IEPT20131220, HR, Winters v Red Bull