Inbreuk op portretrecht Max Verstappen door gebruik ‘lookalike’ in Picnic commercial

Print this page 28-09-2017
IEPT20170906, Rb Amsterdam, Mavic v Picnic

Lookalike uit Picnic commercial aangemerkt als portret Max Verstappen: portret betreft niet per definitie persoon zelf en lookalike vertoont door zelfde pet, raceoutfit, haarkleur, silhouet en postuur alle karakteristieke kenmerken van Verstappen waardoor bij het publiek het beeld van Verstappen wordt opgeroepen. Gebruik portret Verstappen is onrechtmatig: Verstappen geniet verzilverbare populariteit, exclusief contract met Jumbo betekent niet dat Verstappen geen commercieel belang meer heeft, Picnic komt in het kader van artikel 10 EVRM weliswaar een zekere vrijheid toe om zich op humoristische wijze te uiten, maar omstandigheid dat het gaat om reclame-uiting waarbij bewust het beeld van Verstappen is opgeroepen zonder daarvoor een vergoeding aan te bieden weegt zwaarder. Partijen mogen zich bij akte uitlaten over hoogte vergoeding: geabstraheerd van de omstandigheid dat Verstappen niet zou hebben ingestemd met de commercial van Picnic moet de hypothetisch bedongen vergoeding worden beschouwd als de geleden schade. 

 

PORTRETRECHT

 

Mavic heeft een exclusieve licentie van Max Verstappen om zijn IE-rechten en portretrecht te exploiteren. Picnic, een onderneming die boodschappen bezorgd, heeft in een veelbesproken commercial een ‘lookalike’ van Verstappen ingezet. Volgens Mavic en Verstappen is hiermee sprake van inbreuk op het portretrecht van Verstappen en daarmee een onrechtmatige daad. (Zie eerder IEPT20161013 en IEPT20170502 waarin de rechtbank en het hof Amsterdam conservatoir derdenbeslag afwezen wegens twijfels bij de toewijsbaarheid van het beroep op portretrecht.)

 

De rechtbank Amsterdam oordeelt allereerst dat een portret is niet per definitie een persoon zelf is, maar een hulpmiddel waarmee het beeld van die persoon wordt opgeroepen. In de onderhavige zaak vertoont de in de commercial van Picnic gebruikte lookalike volgens de rechtbank door dezelfde pet, dezelfde raceoutfit, dezelfde haarkleur, hetzelfde silhouet en hetzelfde postuur, alle karakteristieke kenmerken van het portret van Verstappen. Hiermee wordt naar het oordeel van de rechtbank bij het publiek met de lookalike het beeld van Verstappen opgeroepen. Uit uitspraken in RTL Boulevard zou bovendien blijken dat dit ook de bedoeling van Picnic was.

 

Omtrent de vraag of sprake is van inbreuk stelt de rechtbank dat vast staat dat Verstappen wereldwijde bekendheid geniet als autocoureur en dat hij zijn populariteit verzilvert, onder meer door zijn optreden in een landelijke televisiecampagne van Jumbo. Het standpunt van Picnic dat Verstappen door zijn exclusieve contract met Jumbo geen schade zou lijden door de commercial van Picnic en daarom geen commercieel belang zou hebben om zich te verzetten, wordt niet gevolgd. De bescherming om zelf te bepalen of en tegen welke vergoeding Verstappen zijn populariteit wenst in te zetten, wordt volgens de rechtbank niet tenietgedaan door de omstandigheid dat een persoon contractuele verplichtingen heeft bij een concurrent. De verzilverbare populariteit van Verstappen is volgens de rechtbank dus ook hier een zwaarwegend belang.

 

De rechtbank overweegt dat hoewel Picnic in het kader van artikel 10 EVRM een zekere vrijheid toekomt om zich op humoristische wijze te uiten, de belangenafweging toch uitvalt in het voordeel van de door artikel 8 EVRM beschermde persoonlijke levenssfeer van Verstappen. Volgens de rechtbank weegt zwaar dat het een reclame-uiting met commercieel karakter betreft, bewust het beeld van Verstappen is opgeroepen en hiervoor geen vergoeding is aangeboden.

 

Partijen worden in gelegenheid gesteld zich per akte uit te laten over de hoogte van de vergoeding van de schade als gevolg van het onrechtmatig handelen van Picnic. Hierbij moet volgens de rechtbank de hypothetisch bedongen vergoeding worden beschouwd als de geleden schade, geabstraheerd van de omstandigheid dat Verstappen niet zou hebben ingestemd met de commercial van Picnic.

 

Een door eisers ingebracht onderzoek rapport waarin een bedrag van € 350.000,- wordt genoemd kan volgens de rechtbank niet tot onderbouwing van de schade leiden omdat daarin gesteld noch gebleken is wat Verstappen voor vergelijkbare reclame-uitingen daadwerkelijk als vergoeding kan ontvangen en de rechtbank bovendien het verweer van Picnic dat het onderzoeksbureau niet als onafhankelijk deskundige kan worden beschouwd omdat het bureau ook in opdracht handelt van de Verstappen zijn hoofdsponsor Red Bull handelt, volgt. Hierdoor kan het onderzoek naar het oordeel van de rechtbank niet tot onderbouwing van de schade leiden. Het is volgens de rechtbank aan Verstappen om gemotiveerd te stellen en onderbouwen welke schade hij heeft geleden, bijvoorbeeld door te onderbouwen welke vergoeding hij in redelijkheid zou hebben kunnen bedingen indien hij zijn toestemming aan het gebruik van zijn portretrecht door Picnic zou hebben verleend. Daarbij dient volgens de rechtbank rekening te worden gehouden met de wijze waarop de publicatie heeft plaatsgevonden, de timing daarvan, de beperkte duur van de publicatie op internet en de omstandigheid dat van de zijde van Verstappen geen enkele inspanning is verleend aan de totstandkoming van de commercial van Picnic.

 

IEPT20170906, Rb Amsterdam, Mavic v Picnic

 

ECLI:NL:RBAMS:2017:6395