Inbreuk op merk en handelsnaam LOTUS

Print this page 09-10-2017
IEPT20171004, Rb Midden-Nederland, LOTUS
(Met dank aan Joost Becker en Arno Stoffelsma, Dirkzwager)

Statutaire- en handelsnamen Stichting Lotus Centrale Blaricum & Flevoland' en 'Vereniging Lotus Kring Actie’ zorgen voor verwarringsgevaar merk merk LOTUS voor training en opleiding slachtoffers voor nabootsen van letsel of trauma: aanzienlijke mate van overeenstemming door gelijkenis in meest kenmerkende en dominante bestanddeel LOTUS, LOTUS heeft groot onderscheidend vermogen, toevoegingen van gedaagden beschrijvend van aard, sprake van soortgelijke activiteiten. Ook inbreuk op handelsnaam LOTUS.

 

MERKENRECHT - HANDELSNAAMRECHT 

 

Eiseres is een vereniging, die zich onder de handelsnamen organisatie LOTUS en LOTUS richt op training en opleiding van leden voor het nabootsen van slachtoffers met letsel/trauma en inzet van deze leden bij derden, zoals bij EHBO-opleidingen en BHV –trainingen. Eiseres is houdster van het afgebeelde Benelux woord-/beeldmerk en het woordmerk LOTUS. Gedaagde sub 1 (Stichting Lotus Centrale Blaricum & Flevoland) is een stichting, die in het handelsregister van de KvK staat ingeschreven met als omschrijving: 'ideële organisatie ter bevordering en ontwikkeling van onderwijs en geoefendheid in de EHBO'. Gedaagde sub 2 (Vereniging Lotus Kring Actie) is een vereniging, staat ingeschreven met als omschrijving: 'samenwerkingsorganen op het gebied van gezondheidszorg en overige gezondheidsondersteunende diensten Bevorderen en ontwikkelen van het onderwijs en de geoefendheid in de eerste hulp bij ongelukken'. Volgens Lotus is hiermee sprake van inbreuk op haar merk- en handelsnamen.  

 

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter stemmen de namen 'Stichting LOTUS centrale Blaricum & Flevoland' en 'Vereniging LOTUS kring Actief globaal beoordeeld, naar de totaalindruk die zij maken, in aanmerkelijke mate overeen met het woordmerk LOTUS. Dit omdat de aanduiding LOTUS gelijk is aan het woordmerk LOTUS en dit het meest kenmerkende en dominerende bestanddeel vormt van de namen.

 

 Aan het merk LOTUS komt volgens de voorzieningenrechter groot onderscheidend vermogen toe, temeer nu dit merk al tientallen jaren bekend is bij het relevante publiek. De toevoegingen in de namen van gedaagden zijn naar diens oordeel - nu zij verwijzen naar de rechtsvorm (stichting, vereniging), het geografische gebied (Blaricum en Flevoland) en de organisatiestructuur (centrale, kring) - slechts beschrijvend van aard. Op basis van de in het handelsregister opgenomen omschrijvingen van de te verrichten diensten en de ter zitting namens gedaagden gegeven toelichting, is volgens de voorzieningenrechter bovendien aannemelijk dat gedaagden in het economisch verkeer ten minste soortgelijke activiteiten willen gaan ontplooien als de diensten waarvoor het woordmerk LOTUS is ingeschreven, namelijk training en opleiding van leden voor het nabootsen van slachtoffers en inzet van deze leden bij EHBO-examens.

 

Gelet op de mate van overeenstemming tussen het merk LOTUS en de door gedaagden gebruikte namen met de aanduiding LOTUS erin en de soortgelijkheid van de diensten van partijen, is volgens de voorzieningenrechter  gevaar voor verwarring te duchten bij het relevante publiek. De mogelijkheid bestaat dat het publiek dat gewoonlijk gebruik maakt van de aangeboden diensten, (ten onrechte) zal denken dat gedaagden aangesloten zijn bij eiseres en dat haar leden behoren tot een erkende Lotus-kring.

 

Deze dreiging van merkinbreuk is naar het oordeel van de voorzieningenrechter versterkt door het feit dat gedaagden, ondanks toezeggingen daartoe van Van den Broek en De Jong en ondanks herhaalde sommaties van de zijde van eiseres, niet zijn overgegaan tot wijziging van de in het handelsregister bij de KvK ingeschreven namen en evenmin tot ondertekening van de door eiseres toegezonden onthoudingsverklaringen betreffende het staken en gestaakt houden van het gebruik van de aanduiding LOTUS voor hun activiteiten.

 

Verder is volgens de voorzieningenrechter door eiseres voldoende aangetoond dat de hiervoor beschreven dreigende merkinbreuk zich inmiddels heeft voorgedaan nu ter zitting namens gedaagden is erkend dat gedaagde sub 1 onder de naam 'Stichting LOTUS centrale Blaricum & Flevoland' facturen heeft verzonden en derhalve onder haar statutaire en handelsnaam met daarin de aanduiding LOTUS heeft deelgenomen aan het economisch verkeer voor gelijke dan wel soortgelijke activiteiten als waarvoor eiseres haar woordmerk LOTUS heeft ingeschreven. Volgens eiseres gingen de leden van Lotus-kring 'Veluwezoom' er (ten onrechte) vanuit dat gedaagde sub 1 een bij eiseres dan wel VLN aangesloten kring was met gediplomeerde lotus-slachtoffers. Dit is door gedaagden niet weersproken. Daarmee is de verwarring naar het oordeel van de voorzieningenrechter gegeven.

 

Op dezelfde gronden als de bovenstaande is naar het oordeel van de voorzieningenrechter eveneens sprake van inbreuk op de handelsnamen van eiseres.

 

De IEPT-versie volgt.

 

(kopie uitspraak)