Ylvas en [gedaagde B] veroordeeld zich aan geheimhoudingsverplichting te houden: niet geloofwaardig dat na afloop van de overeenkomsten van opdracht alle bij [gedaagde B] aanwezige bescheiden zijn vernietigd zonder enige vorm van bewijs daarvan. Geen veroordeling tot geheimhouding jegens CM: niet vast te stellen dat wilsovereenstemming bestond over aangaan samenwerkingsovereenkomst en essentialia van die overeenkomst. Ylvas en [gedaagde B] moeten opgeven welke vertrouwelijke informatie bij hen aanwezig was en afgifte doen van hetgeen bij hen aanwezig is: gedaagden moeten indien alles is vernietigd in staat worden geacht (achteraf) te kunnen opgeven welke stukken dit dan betrof. Geen verbod om één jaar vanaf 15 juli 2017 werkzaamheden voor CTS uit te voeren: geen concurrentiebeding en geen bijkomende omstandigheden. Wel verbod opgelegd aan [gedaagde B] om zich met Valys-aanbesteding in te laten: [gedaagde B] heeft door één van zijn opdrachten veel kennis over Valys-aanbesteding en gelet op enorme belang van de opdracht.
BEDRIJFSGEHEIMEN – ONEERLIJKE CONCURRENTIE
Kort geding. Eisers zijn actief op het gebied van het organiseren en uitvoeren van personenvervoer. Ylvas houdt zich onder meer bezig met de directie voeren over andere ondernemingen en het uitlenen van personeel. De bestuurders van Ylvas zijn [gedaagde B] en [bestuurder Z]. Partijen hebben diverse overeenkomsten van opdracht gesloten, waarin een geheimhoudingsverplichting is opgenomen. Uiteindelijk is [gedaagde B] bij CTS, een concurrent van Transvision gaan werken als Managing Director. Op 12 juli 2017 heeft Transvision [gedaagde B] op zijn geheimhoudingsplicht gewezen en verzocht c.q. gesommeerd om alle vertrouwelijke documenten binnen 24 uur in te leveren bij Transvision en digitale gegevens te vernietigen en hiervan een proces verbaal te overleggen. [gedaagde B] heeft Transvision vervolgens bericht dat hij alles heeft vernietigd en hiermee aan de verplichtingen zou hebben voldaan. Transvision vordert nu o.a. dat Ylvas en [gedaagde B] zich moeten houden aan de geheimhoudingsverplichting en opgave.
De voorzieningenrechter veroordeelt Ylvas en [gedaagde B] om zich aan de geheimhoudingsverplichtingen te houden, omdat het niet geloofwaardig is dat alle bij [gedaagde B] aanwezige bescheiden zijn vernietigd zonder enige vorm van bewijs daarvan. Ook moeten Ylvas en [gedaagde B] opgeven welke vertrouwelijke informatie bij hen aanwezig was en afgifte doen van hetgeen bij hen aanwezig is, voor zover dat het geval is. Er wordt geen verbod opgelegd om één jaar vanaf 15 juli 2017 werkzaamheden voor CTS uit te voeren, aangezien geen sprake is van een concurrentiebeding en er geen bijkomende omstandigheden zijn. Er wordt wel een verbod opgelegd aan [gedaagde B] om zich met de Valys-aanbesteding in te laten, aangezien [gedaagde B] bij de uitvoering van één van zijn opdrachten voor Transvision zeer nauw betrokken is geweest bij de inschrijving op de Valys-aanbesteding die heeft geleid tot de gunning van de opdracht aan Transvision, waardoor hij over veel informatie en kennis over de Valys-opdracht beschikt. Daarnaast speelt het enorme belang van de opdracht mee in dit oordeel van de voorzieningenrechter.
IEPT20171020, Rb Gelderland, Transvision v Ylvas