Geen verwarringsgevaar tussen bananenmerk HOYA en door Chiquita gebruikte “Hola-Banana!”-tekens
10-11-2017 Print this page
Geen sprake van verwarringsgevaar tussen Beneluxwoordmerk HOYA en “Hola Banana!”-tekens: beoordeling niet gereduceerd tot vergelijking HOYA met bestanddeel HOLA, slechts beperkte visuele overeenstemming door verschil in de derde letter van het eerste woord en de toevoeging van BANANA!, deze toevoeging zorgt er voor dat merk en teken ook auditief duidelijk van elkaar verschillen, geen begripsmatige overeenstemming die kan bijdragen aan verwarringsgevaar nu relevante publiek betekenis HOYA (grafkuil) niet kent, zelfs sprake van begripsmatig verschil nu HOLA BANANA! wel een duidelijke en vaste betekenis heeft, omstandigheid dat sprake is van normaal onderscheidend vermogen en identieke waren is hierdoor onvoldoende om verwarringsgevaar aan te nemen. Ditzelfde geldt om vergelijkbare redenen voor HOYA Uniewoord-/beeldmerken: visuele overeenstemming bovendien nog kleiner door verschil in beeldelementen, begripsmatig verschil nog duidelijker nu aanzienlijk deel publiek Spaanse taal machtig is.
Fyffes en Chiquita zijn beide actief in de productie en distributie van bananen. Fyffes is houdster van het Beneluxwoordmerk HOYA en twee Uniewoord-/beeldmerken. Chiquita is gebruik gaan maken van de afgebeelde tekens. Fyffes stelt dat Chiquita hiermee inbreuk maakt op haar merkenrechten. De voorzieningenrechter wees haar vorderingen echter af (IEPT20160715) en zo ook het hof in de onderhavige uitspraak.
Bij de vaststelling van het verwarringsgevaar tussen het Beneluxwoordmerk HOYA en de tekens moeten merk en teken volgens het hof in hun geheel worden onderzocht (en dus niet worden gereduceerd tot een vergelijking van het woordmerk HOYA met het woordbestanddeel HOLA). In het licht hiervan oordeelt het hof dat naar voorlopig oordeel sprake is van een ‘niet meer dan beperkte overeenstemming’ tussen het woordmerk en de tekens.
Het hof overweegt dat de tekens in visueel opzicht afwijken van het merk door het verschil in de derde letter van het eerste woord (L in plaats van Y) en de toevoeging van BANANA!. Volgens het hof betreffen de drie wel overeenstemmende letters weliswaar het relatief dominante en onderscheidende woordelement HOLA, maar moet met name worden gekeken naar het gehele teken HOLA BANANA! En is zo beschouwd de visuele overeenstemming beperkt tot 3 van de 11 letters/(lees)tekens. Die toevoeging zorgt er volgens het hof voor dat het merk en de tekens ook in auditief opzicht duidelijk van elkaar verschillen.
Begripsmatige overeenstemming ontbreek naar het oordeel van het hof. Voor die conclusie is volgens het hof niet noodzakelijk dat het relevante publiek weet dat er een verschil in betekenis bestaat tussen de Spaanse woorden HOYA (grafkuil) en HOLA BANANA! (hallo banaan!) nu voor de conclusie dat geen begripsmatige overeenstemming bestaat die kan bijdragen aan het gestelde verwarringsgevaar volstaat dat het relevante publiek in de Benelux niet op de hoogte is van de betekenis van het Spaanse woord HOYA en dus geen begripsmatige overeenstemming kan vaststellen. Daar komt volgens het hof bij dat voorshands voldoende aannemelijk is dat de gemiddelde consument in de Benelux wel weet dat HOLA BANANA! 'Hallo Banaan!' betekent en dat voor de vaststelling van begripsmatig verschil niet noodzakelijk is dat het relevante publiek op de hoogte is van de betekenis van zowel het merk als de woordbestanddelen van de Tekens maar volstaat dat één daarvan een voor het relevante publiek een duidelijke en vaste betekenis heeft die het relevante publiek onmiddellijk kan begrijpen (onder verwijzing naar HvJ Mobilix (IEPT20081218)).
Gelet op de beperkte mate van visuele en auditieve overeenstemming en het begripsmatige verschil zijn de omstandigheden dat het merk een normaal onderscheidend vermogen heeft en het feit dat de waren waarvoor de tekens worden gebruikt identiek zijn aan de waren waarvoor het merk is ingeschreven naar voorlopig oordeel van het hof onvoldoende om verwarringsgevaar aan te nemen. De overige door Fyffes naar voren gebrachte factoren, zoals het lage aandachtsniveau van de gemiddelde consument, het gegeven dat zowel Fyffes als Chiquita het merkteken op de bananen aanbrengt door een sticker midden op de banaan en de stelling dat er relatief weinig bananenmerken zijn, wegen naar het oordeel van het hof onvoldoende zwaar om tot een ander oordeel te komen.
Het hof komt tot dezelfde conclusie met betrekking tot de HOYA Uniemerken. Buiten hetgeen hierboven reeds is besproken overweegt het hof in dit kader dat de beeldelementen van die merken zodanig verschillen met de beeldelementen dat de visuele overeenstemming nog kleiner is. Bovendien zal volgens het hof een deel van het publiek een nog duidelijker verschil in betekenis tussen de woordbestanddelen van de merken en de tekens waarnemen nu een aanzienlijk deel van de consumenten binnen de EU de Spaanse taal machtig is en de betekenis van beide bestanddelen zal kennen. Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis.
IEPT20171107, Hof Den Haag, Fyffes v Chiquita