Gehaakte stola’s van [Z] auteursrechtelijk beschermd: combinatie van vorm, vlakverdeling, kleurgebruik en decoraties is oorspronkelijk. Stola’s van [D] maken hierop geen inbreuk: ontwerp A maakt een rondere, romantischere indruk en Model 1 een rechtere, simpelere, speelsere, meer Freestyle' indruk. Ontwerp B maakt een romantische, gedetailleerde indruk, terwijl Model 2 een simpelere, speelsere, meer Freestyle' indruk maakt. Ontwerp C maakt een romantische, gedetailleerde, weelderige totaalindruk, terwijl Model 3 een simpelere, speelsere, meer Freestyle' indruk maakt. Ook geen sprake van slaafse nabootsing: geen verwarring wekkende nabootsing gelet op uiterlijke verschillen. [Z] dient uitlatingen dat [D] haar kopieert te rectificeren: uitlatingen voorshands onjuist en schadelijk.
AUTEURSRECHT - SLAAFSE NABOOTSING
Kort geding. Eiser [Z] stelt dat [D] inbreuk maakt op het auteursrecht op door haar gehaakt stola’s en bovendien onrechtmatig jegens haar handelt. Haar vorderingen worden echter afgewezen. De voorzieningenrechter overweegt dat de stola’s van [Z] weliswaar auteursrechtelijk beschermd zijn nu de combinatie van de gekozen vorm, vlakverdeling, kleur en decoraties is oorspronkelijk is, maar dat de stola’s van [D] hierop geen inbreuk maken.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter wekken de ontwerpen van [Z] en de gesteld inbreukmakende modellen van [D] een andere totaalindruk. Zie de afbeelding (links van boven naar onder ontwerp A t/m C van [Z], rechts van boven naar onder model 1 t/m 3 van [D]). Ontwerp A maakt volgens de voorzieningenrechter een rondere, romantischere indruk terwijl Model 1 een rechtere, simpelere, speelsere, meer Freestyle' indruk maakt. Ontwerp B maakt volgens de voorzieningenrechter een romantische, gedetailleerde indruk, terwijl Model 2 een simpelere, speelsere, meer Freestyle' indruk maakt. Ontwerp C maakt tot slot een romantische, gedetailleerde, weelderige totaalindruk, terwijl Model 3 een simpelere, speelsere, meer Freestyle' indruk maakt. Van slaafse nabootsing is volgens de voorzieningenrechter evenmin sprake, nu gelet op de uiterlijke verschillen geen sprake is van verwarring wekkende nabootsing. Ook van overig onrechtmatig handelen is naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake.
[Z] dient haar uitlatingen dat [D] haar kopieert bovendien te rectificeren nu deze voorshands onjuist zijn en schadelijk zijn voor [D]. [Z] wordt als de in het ongelijke gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. [D] vordert in dit kader volledige proceskostenveroordeling ex artikel 1019h en heeft in dit kader ruim € 27.000 aan proceskosten opgevoerd. De voorzieningenrechter overweegt echter dat sprake is van een normale zaak waarvoor volgens de indicatietarieven een bedrag van € 15.000 als redelijk en evenredig geldt. Bovendien zag 40% van de gemaakt kosten op het onrechtmatige daad gedeelte, waarvoor het liquidatietarief wordt toegepast, waardoor de totale kosten aan de kant van [D] worden begroot op € 9.000.
IEPT20180425, Rb Den Haag, Haakwerken