Mededelingen aan afnemers concurrent deels onrechtmatig

Print this page 12-09-2018
IEPT20180905, Rb Noord-Holland, Nikki v Nomenta
(Met dank aan Marga Verwoert en Lotte Rutgers, Leeway)

Geen sprake van onrechtmatig wapperen door mededelingen van Nomenta aan afnemers van concurrent Nikki: geen sprake van handhaving tegen beter weten in. Mededelingen inhoudende dat de speaker/lamp/wijnkoeler van Nikki is verwijderd van een beurs en geen CE markering en certificering heeft wel onrechtmatig: betreffende product onbetwist niet op beurs aanwezig, ontbreken certificering volstrekt onvoldoende onderbouwd. Sprake van ongeoorloofde vergelijkende reclame in de zin van artikel 6:194a BW: afbrekende mededelingen over de producten of diensten van een concurrent vallen - ook als daarbij niet uitdrukkelijk een vergelijking wordt gemaakt met de eigen producten of diensten - binnen het toepassingsgebied van deze bepaling. Nu bij de ongeoorloofde vergelijkende reclame ook het merk NIKKI.AMSTERDAM wordt genoemd is eveneens sprake van merkinbreuk ex artikel 2.20 lid 1 sub d.

 

ONRECHTMATIGE DAAD - RECLAMERECHT - MERKENRECHT

 

Zie eerder (IEPT20171011), waarin de voorzieningenrechter oordeelde dat niet kan worden vastgesteld dat gedaagde Nomenta de ontwerper van de speaker/lamp/wijnkoeler waarop beweerdelijk inbreuk wordt gemaakt door Nikki. Het onderhavige geschil betreft door Nomenta gedane mededelingen inhoudende dat Nomenta en niet Nikki de rechthebbende op de speaker/lamp/wijnkoeler is en dat de versie van Niki een kopie is.

 

De voorzieningenrechter overweegt dat een partij die op een bepaald (IE-)recht aanspraak meent te mogen maken, in beginsel niet onrechtmatig handelt indien hij daartoe waarschuwingen laat uit gaan, ook als deze aan afnemers van een concurrent zijn gericht. Dit wordt slechts anders indien de ‘wapperende’ partij niet te goeder trouw is omdat zij weet of behoort te weten dat van een dergelijk recht of van inbreuk geen sprake is. Dit is hier hier volgens de voorzieningenrechter niet het geval. In de eerder genoemde procedure is slechts geoordeeld dat in kort geding niet kan worden vastgesteld dat gedaagde Nomenta de ontwerper van de speaker/lamp/wijnkoeler. Gelet op de in het kort geding ingenomen standpunten, en de gestelde bewijsstukken in hoger beroep, komt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat geen sprake is van handhaving tegen beter weten in.

 

Wel heeft Nomenta ten onrechte gesteld dat de speaker/lamp/wijnkoeler is verwijderd van een beurs, nu deze daar onbetwist niet aanwezig was. Ook de stelling dat het product van Nikki geen CE markering en certificering heeft, is gelet op de onvoldoende onderbouwing, onrechtmatig.

 

De uitlatingen van Nomenta kunnen naar het oordeel van de voorzieningenrechter bovendien worden beschouwd als ongeoorloofde vergelijkende reclame in de zin van artikel 6:194a BW. Afbrekende mededelingen over de producten of diensten van een concurrent  vallen binnen het toepassingsgebied van deze bepaling, ook als daarbij niet uitdrukkelijk een vergelijking wordt gemaakt met de eigen producten of diensten. Nu sprake is van ongeoorloofde vergelijkende reclame, waarin ook het merk NIKKI.AMSTERDAM wordt genoemd, kan volgens de voorzieningenrechter ook worden vastgesteld dat sprake is van merkinbreuk ex artikel 2.20 lid 1 sub d (gebruik van een teken anders dan ter onderscheiding van waren of diensten).  

 

IEPT20180905, Rb Noord-Holland, Nikki v Nomenta

 

(kopie originele vonnis)