Merkinbreuk door Heinekenfusten te hervullen en gebruik te maken van valse Heineken THT-stickers

Print this page 06-05-2019
IEPT20190306, Rb Rotterdam, Heineken v De Laak

Onvoldoende bewijs dat aangetroffen fusten met vervalsingen van Amstel (THT-)stickers / bier afkomstig waren van De Laak. Vaststaand dat De Laak meerdere afnemers met vals bier hervulde Heinekenfusten heeft geleverd: uitgebreide onderbouwing, ondersteund met schriftelijke stukken, onvoldoende gemotiveerd betwist. Geen uitputting: fusten dienen slechts ter verpakking en blijven eigendom van Heineken. Merkinbreuk ex artikel 2.20 (1) aanhef en sub a BVIE door met vals bier (hervulde) Heinekenfusten op voorraad te hebben en te verhandelen en ‘valse’ THT-stickers te gebruiken: gebruik van andermans merkverpakking voor eigen waar één op één gelijk te stellen met aanbrengen andermans merk op eigen waar, stickers vrijwel identiek aan woordmerken Heineken. Gebruik van groene caps waarop merk ontbreekt doet afbreuk aan herkomstfunctie merk: zet afnemer extra op verkeerde been. Tappen van niet-Heineken bier uit Heineken tap doet afbreuk aan herkomstfunctie merk: aanzienlijke kans dat bij derden / consumenten de indruk is ontstaan dat het bier afkomstig was van Heineken. Rechtbank gaat er vanuit dat periode van 10 maanden niet-Heineken bier is getapt. Geen inbreuk op handelsnaam: in verkeer brengen fusten onder naam Heineken niet te kwalificeren als onder die naam drijven van onderneming. Leveren van met JWG-bier hervulde Heinekenfusten in strijd met contractuele verplichtingen De Laak. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] naast De Laak hoofdelijk aansprakelijk. Vorderingen jegens DSW afgewezen: Separate vennootschap die niet is gedagvaard. Zaak verwezen naar schadestaatprocedure. Voorschot schadevergoeding van € 200.000 toegewezen.

 

MERKENRECHTOVEREENKOMSTENAANSPRAKELIJKHEIDSCHADE

 

Heineken Brouwerijen B.V. heeft een contractuele relatie gehad met De Laak van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2016, uit hoofde waarvan Heineken/Amstel/Brand bier aan De Laak is geleverd en voorts tapmaterialen van Heineken in bruikleen zijn gegeven. In de periode april-mei 2016 heeft Heineken diverse meldingen ontvangen van caféhouders betreffende kwaliteitsafwijkingen van Heineken- en Amstelbier in fusten van 50 liter. Na onderzoek en beslaglegging onder De Laak bleek dat op de onderzochte fusten stickers zijn aangetroffen met letter- en cijfercombinaties die niet overeenkomen met die van Heineken. Ook zijn er dozen met namaakcaps aangetroffen en rollen met valse stickers. Ook zijn er in het evenementencentrum Heinekentaps aangetroffen aangesloten op tanks, terwijl er sinds oktober 2015 geen tankbier/kelderbier bij Heineken is aangekocht. Heineken stelt nu onder meer dat sprake is van merkinbreuk en vordert een schadevergoeding.

 

De rechtbank oordeelt allereerst dat er onvoldoende bewijs is dat de aangetroffen fusten met vervalsingen van Amstel (THT-)stickers / bier afkomstig waren van De Laak. Gelet op de uitgebreide onderbouwing door Heineken, ondersteund met schriftelijke stukken, die onvoldoende gemotiveerd is betwist door De Laak staat wel vast dat De Laak meerdere afnemers met vals bier hervulde Heinekenfusten heeft geleverd.

 

De Laak heeft zich op uitputting herroepen, maar daar gaat de rechtbank niet in mee. De fusten dienen enkel ter verpakking en blijven eigendom van Heineken, waardoor van uitputting geen sprake kan zijn. De rechtbank oordeelt vervolgens dat sprake is van merkinbreuk ex artikel 2.20 (1) aanhef en sub a BVIE door met vals bier (hervulde) Heinekenfusten op voorraad te hebben en te verhandelen en ‘valse’ THT-stickers te gebruiken. Het gebruik van andermans merkverpakking voor eigen waar is één op één gelijk te stellen met aanbrengen andermans merk op eigen waar en de stickers zijn vrijwel identiek aan woordmerken Heineken. Het gebruik van groene caps door De Laak is op zichzelf geen merkinbreuk, maar zet de afnemer wel extra op het verkeerde been. Hierdoor is sprake van afbreuk aan de herkomstfunctie van het merk. Ook het tappen van niet-Heineken bier uit een Heineken tap doet volgens de rechtbank afbreuk aan de herkomstfunctie van het merk, gelet op de aanzienlijke kans dat bij derden / consumenten de indruk is ontstaan dat het bier afkomstig was van Heineken.

 

De vorderingen op grond van het handelsnaamrecht worden afgewezen, omdat het in het verkeer brengen van de fusten onder naam Heineken niet te kwalificeren als onder die naam drijven van onderneming. Ook wordt nog geoordeeld dat het leveren van met JWG-bier hervulde Heinekenfusten in strijd is met de contractuele verplichtingen van De Laak en wordt geoordeeld dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk aansprakelijk zijn naast De Laak. De vorderingen jegens DSW worden afgewezen, aangezien dit een separate vennootschap is die niet in deze procedure is betrokken. De zaak wordt verwezen naar de schadestaatprocedure en een voorschot op schadevergoeding van € 200.000 wordt toegewezen.

 

IEPT20190306, Rb Rotterdam, Heineken v De Laak

 

ECLI:NL:RBROT:2019:1824