Op grond van Douanebeslagverordening verkregen bevoegdheid tot vernietiging scheerapparaten kan niet worden doorkruist door het onderhavige kort geding

Print this page 05-06-2019
IEPT20190604, Rb Rotterdam, Passat v Philips
(Met dank aan Diederik Stols en Hidde Koenraad, Boekx)

Op grond van Douanebeslagverordening verkregen vernietigingsbevoegdheid van een partij scheerapparaten kan - nadat Passat niet tijdig aan de douane heeft laten weten dat zij zich hiertegen verzet - niet worden doorkruist door het onderhavige kort geding: geen sprake van zeer bijzonder geval waarin van het vasthouden aan die eisen kan worden afgeweken.

 

HANDHAVING

 

Kort geding omtrent de vernietigingsprocedure uit de rechtstreeks werkende Douanebeslagverordening. Kort gezegd houdt die procedure in dat vermoedelijk inbreukmakende goederen kunnen worden vernietigd zonder dat in een inbreukprocedure daadwerkelijk is vastgesteld dat van inbreuk sprake is. De douane informeert, nadat zij de producten heeft tegengehouden, zowel de houder van het intellectuele eigendomsrecht als de aangever of de houder van de vermoedelijk inbreukmakende goederen. Laat de houder van het intellectuele eigendomsrecht tijdig weten dat naar zijn mening de producten inderdaad inbreuk maken en dat hij instemt met vernietiging, terwijl de aangever of de houder van de vermoedelijk inbreukmakende goederen niet (tijdig) laat weten dat hij zich verzet tegen de vernietiging, dan worden de goederen vernietigd zonder tussenkomst van de rechter. Blijkt achteraf dat er geen sprake was van inbreuk, dan kan dit leiden tot aansprakelijkheid.

 

In dit geval gaat het om scheerapparaten die inbreuk zouden maken op het modelrecht van de Philips OneBlade.  Niet ter discussie dat Passat niet tijdig heeft laten weten dat zij zich verzet tegen vernietiging van de Goederen. Hierdoor ligt  in beginsel ingevolge de Douanebeslagverordening voor Philips, de weg tot vernietiging van de Goederen open. De voorzieningenrechter overweegt dat het hoofddoel van de Douanebeslagverordening is om de douane in staat te stellen de rechthebbenden te faciliteren om hun IE-recht op een snelle en simpele manier te handhaven en de Europese markt om handelspolitieke redenen te beschermen, in het licht waarvan aan het uitgangspunt dat binnen vastgestelde termijnen aan de voorwaarden van de Douanebeslagverordening moet zijn voldaan, moet worden vastgehouden.

 

In dit geval heeft Philips aan die termijnen en voorwaarden voldaan en Passat niet. De vereenvoudigde vernietigingsprocedure, te weten de procedure tot het verkrijgen van de vernietigingsbevoegdheid, is daarmee afgerond en afgesloten. Met het starten van dit kort geding tracht Passat de reeds aan Philips gegeven bevoegdheid tot vernietiging van de Goederen in de uitvoering daarvan te doorkruizen, waarvoor  Douanebeslagverordening (in beginsel) geen ruimte biedt, zo oordeelt de voorzieningenrechter. Indien niet aan de eisen die artikel 23 van de Douanebeslagverordening stelt zou worden vastgehouden, zou dat iedere effectiviteit aan de vereenvoudigde vernietigingsprocedure ontnemen wat naar het oordeel van de voorzieningenrechter ongewenst is. Naar voorlopig oordeel zal alleen in zeer bijzondere gevallen van het vasthouden aan die eisen kunnen worden afgeweken. Voor het oordeel dat een dergelijk bijzonder geval zich thans voordoet, is hier echter niets gesteld of aannemelijk gemaakt, zo concludeert de voorzieningenrechter.

 

IEPT20190604, Rb Rotterdam, Passat v Philips

 

(kopie originele vonnis)