BNL Merkaanvrage RatPac niet nietig

Print this page 11-10-2019
IEPT20191009, Rb Den Haag, Rat Pack v Ratpac

(Met dank aan Gregor Vos & Rutger Stoop, Brinkhof en Diederik Stols, Boekx Advocaten)

 

Merkaanvrage Rat Pac niet nietig, geen kwade trouw: niet is gebleken dat gedaagde met de merkinschrijving het oogmerk heeft gehad om eiseres het gebruik van het teken Rat Pack te beletten. Duitse handelsnaam Rat Pack komt geen handelsnaambescherming in Nederland toe: handelsnaam geniet geringe bekendheid in Nederland, handelsnaam op DVD’s en in aftiteling film is te onopvallend en wordt niet gebruikt om als identificatie te dienen van de onderneming van eiseres, bovendien is van verwarring niets gebleken.

 

MERKENRECHT - HANDELSNAAMRECHT

 

Rat Pack  is een Duitse filmproducent van met name kinder- en jeugdfilms en heeft een Duitse merkregistratie van het woordmerk RAT PACK. Gedaagde behoort tot de Amerikaanse RatPac-group en is actief in de filmindustrie. Gedaagde heeft op 17 juni 2014 een Uniemerk aangevraagd voor het woordmerk RATPAC. Tegen deze aanvrage is oppositie ingesteld door onder meer eisereses en in april 2015 is de aanvrage ingetrokken en vervolgens zijn er bij EUIPO verzoeken ingediend voor conversie van de Uniemerkaanvrage in nationale aanvragen. Zo ook voor een registratie in de Benelux, welke 8 september 2015 is ingeschreven.


Eiseres vordert (onder meer) dat de rechtbank het Beneluxmerk van gedaagde nietig verklaart en doorhaalt (artikel 2.2bis lid 2 BVIE) en gedaagde gebiedt het gebruik van de handelsnaam RatPac te staken en gestaakt te houden. Het Beneluxmerk is volgens eiseres te kwader trouw verricht omdat gedaagde ten tijde van de conversie van de EU-aanvrage in nationale depots reeds bekend was met het gebruik van de handelsnaam Rat Pac door haar. Omdat haar films in Nederland worden gedistribueerd, komt volgens eiseres haar Duitse handelsnaam in Nederland bescherming toe. 
De rechtbank oordeelt dat ten tijde van de aanvrage van het Uniemerk (artikel 139 lid 3 UMeV) gedaagde niet te kwader trouw was. In haar arrest in de zaak Lindt&Sprüngli v Hauswirth (IEPT20090611) heeft het Hof geoordeeld dat de nationale rechter bij de beoordeling van kwader trouw bij de aanvraag van een Uniemerk rekening moet houden met alle relevante factoren die bestonden ten tijde van de aanvraag en met name of de aanvrager wist of behoort te weten dat een derde in ten minste één lidstaat een gelijk of overeenstemmend teken gebruikt voor dezelfde of een soortgelijke waar, waardoor verwarring kan ontstaan met het teken waarvoor inschrijving is aangevraagd én dat het oogmerk van de aanvrager was om die derde het verdere gebruik van dit teken te beletten.

 

Eiseres heeft geen nadere feiten en omstandigheden gesteld omtrent het oogmerk van gedaagde en ook ter zitting is niet gebleken dat gedaagde met de merkinschrijving het oogmerk heeft gehad om eiseres het gebruik van het teken te beletten.

 

Ook de vorderingen gegrond op het handelsnaamrecht worden afgewezen. Bij handelsnaaminbreuk op een buitenlandse handelsnaam is het van belang dat de handelsnaam in Nederland een zodanige bekendheid heeft dat hier te lande bij het publiek verwarring te duchten is. Hier is echter geen sprake van met betrekking tot het gebruik van de handelsnaam van en door eiseres. De vermeldingen van Rat Pack op DVD hoesjes en in de aftiteling zijn te klein om als identificatie van de onderneming te kunnen dienen en kan dus niet worden gekwalificeerd als handelsnaamgebruik en er is dus geen sprake van een zodanige bekendheid dat daardoor verwarring bij het publiek zou zijn te duchten.

 

Indien alle door eiseres aangevoerde en besproken feiten en omstandigheden samen worden genomen kan daar mogelijk worden afgeleid dat de naam Rat Pack zodanig bekend is dat zij daar bescherming aan kan ontlenen. Echter, dan nog is de rechtbank van oordeel dat eiseres onvoldoende heeft geconcretiseerd dat verwarring met de naam RatPac bij het betreffende publiek te duchten is. Gedaagde heeft dat ook gemotiveerd weersproken en eiseres heeft daar vervolgens niks anders tegenover gezet. Volgens eiseres is tot nu toe niet van verwarring gebleken, terwijl gedaagde volgens eiseres’ eigen stellingen al betrokken is geweest bij de productie van allerlei grote blockbusters die ook in Nederland zijn uitgebracht.

 

IEPT20191009, Rb Den Haag, Rat Pack v Ratpac

 

ECLI:NL:RBDHA:2019:11338