IE-vorderingen binnen familie-optiekconcern vergen nadere bewijsvoering, maar niet in kort geding

14-04-2023 Print this page
IEPT20220704, Rb Midden-Nederland, Spectaculis v Ofar
(Met dank aan Bert Gravendeel, Fruytier)

Vorderingen over en weer over rechtmatig gebruik van 4 handelsnamen, 6 domeinnamen en b2c-webshops in optiekconcern. De overeenkomsten, deels mondeling, vergen nadere bewijsvoering. Daarvoor leent een kort geding zich niet.

HANDELSNAAMRECHT

 

Vooruitlopend in dit kort geding vordert Spectaculis herstel van de situatie zoals afgifte wachtwoorden voor toegang tot Spectaculis, beheer over 6 domeinen en b2c webshops, beheer over producten en gegevensverzameling van klanten, de bedrijfssoftware en uitvoering van orderverwerkingsovereenkomst.

 

Broer (AvdL, in Spectaculis) en zijn zus (JvdL, in Ofar) zijn betrokken bij een familieconcern in optiekproducten. Uit de conceptdagvaarding volgt dat door Spectaculis verschillende vorderingen zijn ingesteld op basis van IE-rechten, waaronder de handelsnamen LookOFar, Art&Jack, FitOFar en EyePower. Echter Spectaculis maakt niet (voldoende) duidelijk wel dringend spoedeisend belang zij heeft. Dat zij stelt schade te lijden, betekent namelijk niet dat zij voldoende spoedeisende belang heeft bij een ordemaatregel. Vorderingen in dit tussenvonnis worden afgewezen (IEPT20220525).

 

In het eindvonnis stellen ieder van de partijen gemotiveerd dat de rechten op de 4-(handels)namen, de 6-domeinen en b2c-webshop aan hen toekomt. De afspraken waarop Spectaculis zich beroept zijn mondeling die door Ofar gemotiveerd worden betwist. Idem voor de overige vorderingen. Dit betekent dat er nadere bewijsvoering noodzakelijk is, daar leent zich een kort geding niet voor.

 

De vorderingen in conventie én in reconventie worden afgewezen.

Kopie oorspronkelijk vonnis
ECLI:NL:RBMNE:2022:2573