Executie van Wodkamerken wordt niet geschorst

19-12-2022 Print this page
IEPT20221128, Rb Den Haag, FKP v HVY

Tussen partijen is in geschil of de executie van de Merken en de auteursrechten moet worden geschorst. In de bezwaren van FKP tegen de aangekondigde veiling onderscheidt de voorzieningenrechter drie elementen. FKP heeft gesteld dat 
a) de vordering van HVY op de Russische Federatie onzeker is; 
b) de Merken en auteursrechten toebehoren aan FKP en niet behoren tot het voor verhaal vatbare vermogen van de Russische Federatie, althans dat dit onzeker is; en 
c) dat de veilingvoorwaarden niet gericht zijn op het verkrijgen van een zo hoog mogelijke opbrengst. De executie mag doorgaan. De Merken en auteursrechten hoeven niet onder (geschillen)bewind te worden gesteld.

 

MERKENRECHT - EXECUTIEGESCHIL

In dit kort geding wordt er van uitgegaan dat HVY een gigantische vordering (van meer dan USD 57 miljard en/of € 1.866.104.634,--) hebben op de Russische Federatie, waarbij het niet aannemelijk is dat HVY er gemakkelijk in zullen slagen deze vordering te innen. De (vermoedelijke) waarde van de te veilen Merken en auteursrechten valt bij die vordering in het niet, maar is niettemin op zich aanzienlijk, terwijl van andere verhaalsobjecten niet is gebleken. 

FKP wordt door de veiling, omdat zij daardoor haar merkinschrijvingen en het recht om de Merken en de auteursrechten te exploiteren permanent zal verliezen.

 

Dit gegeven is evenwel inherent aan het oordeel van het hof dat FKP deze rechten niet als (volledig) rechthebbende exploiteert en dat deze rechten zich (feitelijk) in het voor verhaal vatbare vermogen van de Russische Federatie bevinden. Voor de tenuitvoerlegging van de arbitrale vonnissen zijn HVY dus bevoegd om zich op deze rechten te verhalen.
 

Het is niet redelijk om van HVY te verwachten een verkregen titel niet te executeren totdat in een door FKP aangekondigde (maar nog altijd niet gestarte) bodemprocedure onherroepelijk is beslist. Daarmee kunnen immers opnieuw nog vele jaren gemoeid zijn.
 

De door FKP gevorderde onderbewindstelling wordt afgewezen. De voorzieningenrechter wijst het gevorderde af. FKP wordt in de kosten veroordeeld van HVY €1.692 en de deurwaarder €5.314.


IEPT20221128, Rb Den Haag, FKP v HVY

ECLI:NL:RBDHA:2022:12736
Meer weten over de achtergrond van deze uitspraak: IEPT-zoekopdracht FKP