HR: Niet ontvankelijk in cassatiearrest want geen eindarrest ex 401a Rv

19-01-2024 Print this page
IEPT20240119, HR, Sonos v Google

Geen doorbrekingsgronden voor rechtsmiddelenverbod door tussenuitspraak waarin VRO-regimebeslissingen zijn genomen door eerdere rechtbank vóór de zaak werd verwezen naar Rechtbank Den Haag. Hoge drempel van misbruik van procesrecht (in cassatie). Sonos en Google beiden niet ontvankelijk, omdat tegen de arresten slechts beroep in cassatie kan worden ingesteld tegelijk met dat van het eindarrest ex 401a lid 2 Rv. 
 

PROCESRECHT - ONTVANKELIJKHEID - HOGER BEROEP - VRO-REGIEM - OCTROOIRECHT

 

Uit de conclusie AG (ECLI:NL:PHR:2023:1030): Deze octrooizaak gaat in de nu voorliggende cassatieberoepen alleen over processuele kwesties. Google heeft, na daartoe verlof te hebben verkregen bij beschikking van 22 september 2020 (de VRO-beschikking), een zaak over octrooi-inbreuk aangebracht bij de rechtbank Den Haag conform het Versneld Regime in Octrooizaken (VRO-regime). Sonos heeft een bevoegdheidsincident opgeworpen en de rechtbank Den Haag heeft zich relatief onbevoegd verklaard en de zaak verwezen naar de rechtbank Midden-Nederland (het Onbevoegdheidsvonnis). Daarbij heeft de rechtbank in rov. 2.6 aangegeven dat zij de zaak verwijst in de staat waarin deze zich bevindt, daaronder begrepen de processuele beslissingen zoals neergelegd in de VRO-beschikking.

 

Tegen deze beslissing heeft Sonos met een beroep op de aanwezigheid van doorbrekingsgronden voor het rechtsmiddelenverbod appel ingesteld bij het hof Den Haag en zij heeft tevens twee incidentele vorderingen ingesteld. Bij arrest van 27 juli 2021 (ECLI:NL:GHDHA:2021:2932) heeft het hof Den Haag eerst deze incidentele vorderingen afgewezen. Daarna heef het hof bij arrest van 31 mei 2022 (IEPT20220531) Sonos niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep wegens gebrek aan belang gelet op het voor haar positieve resultaat in de octrooi-inhoudelijke hoofdzaak vanwege het eindvonnis van de rechtbank Midden-Nederland (waar Google ongelijk heeft gekregen). Het hof is in dit arrest desondanks ingegaan op de door Sonos aan de orde gestelde kwestie of de rechtbank Den Haag bevoegd was om de rechtbank Midden-Nederland te wijzen op de processuele beslissingen in de VRO-beschikking. Dat is volgens het hof onjuist en dit is meegewogen in het kader van het kostenoordeel met de negatief beoordeelde vraag of sprake was van misbruik van procesrecht door Sonos, aanleiding voor het hof om de proceskosten zelfs te compenseren.

 

Beide partijen hebben cassatieberoep ingesteld tegen de arresten van het Haagse hof en Google heeft in cassatie andermaal een integrale proceskostenveroordeling gevorderd wegens misbruik van procesrecht door Sonos. Ik meen dat gelet op Giskus/BMG niet wordt toegekomen aan inhoudelijke behandeling van zowel het principale als het incidentele cassatieberoep, omdat een rechtsmiddelenverbod geldt en de beiderzijds gestelde doorbrekingsgronden niet opgaan, zodat deze zaak in cassatie niet voorbij de voorvraag komt of sprake is van een slagend beroep op doorbrekingsgronden. Beide cassatieberoepen dienen dan, hoewel ontvankelijk, vervolgens om die reden te worden verworpen.

 

Voor het halen van de hoge drempel van misbruik van procesrecht (in cassatie) is in mijn ogen onvoldoende aangevoerd door Google. Uit de inhoudelijke bespreking ten overvloede van de cassatiemiddelen komt naar voren dat alleen de klacht in het onvoorwaardelijk incidenteel cassatieberoep van Google over de kostenveroordeling in het arrest van het Haagse hof van 31 mei 2022 zou slagen. Tot cassatie kan dit in mijn ogen om de aangegeven redenen niet leiden.

 

In de conclusie wordt geconcludeerd tot verwerping van het principaal cassatieberoep en van het incidenteel cassatieberoep.

 

De Hoge Raad oordeelt dat tegen de arresten ex 401a lid 2 Rv slechts cassatieberoep kan worden ingesteld tegelijk met dat van het eindarrest. Zowel Sonos als Google zijn dus niet ontvankelijk.

 

Sonos zal in het principale cassatieberoep worden veroordeeld in de kosten. Google vordert veroordeling van Sonos in de volledige proceskosten wegens misbruik van procesrecht en voert daartoe aan dat Sonos met haar cassatieberoep slechts beoogt de procedure te vertragen of te frustreren.

 

Voor een veroordeling in de werkelijk gemaakte proceskosten kan alleen plaats zijn in buitengewone omstandigheden, waarbij dient te worden gedacht aan misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen als grond voor een veroordeling in de werkelijk gemaakte proceskosten past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter, dat mede gewaarborgd wordt door art. 6 EVRM.8 Met inachtneming van deze terughoudendheid ziet de Hoge Raad onvoldoende grond voor een veroordeling in de volledige proceskosten.

 

Google heeft uitdrukkelijk geen aanspraak gemaakt op begroting van de proceskosten met toepassing van art. 1019h Rv. De Hoge Raad zal de proceskosten in het principale beroep begroten met toepassing van het liquidatietarief (€857 aan verschotten en €2.200 voor salaris).

 

Google zal in het incidentele cassatieberoep worden veroordeeld in de proceskosten. Sonos heeft aanspraak gemaakt op toepassing van art. 1019h Rv en heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat als het principale en het incidentele beroep geheel falen, compensatie van de proceskosten is aangewezen. Mede gelet op dit standpunt ziet de Hoge Raad aanleiding om ook de kosten in het incidentele cassatieberoep te begroten met toepassing van het liquidatietarief (€2.200 salaris).


ECLI:NL:HR:2024:57
 

Andere uitspraken in dit dossier:
IEPT202103177, Rb Den Haag

IEPT20210727, Hof Den Haag, Sonos v Google

IEPT20220126, Rechtbank Midden-Nederland 

IEPT20230228, Hof Arnhem-Leeuwarden, Google v Sonos