Hof: Het is aannemelijk dat de door de Europese softwareontwikkelaars geleverde bijdragen uiteindelijk een gemeenschappelijk werk opleveren

06-03-2024 Print this page
IEPT20240220, Hof Den Haag, Dmarcian v DMarc Advisor

Kort geding tussen een Amerikaanse en een Nederlandse softwareonderneming over de exploitatie van (oorspronkelijk) in de Verenigde Staten ontwikkelde software. De Nederlandse onderneming stelt in Europa, Rusland en Afrika exclusief tot exploitatie bevoegd te zijn op grond van een mondeling overeengekomen eeuwigdurende exclusieve licentie. Over de opzegbaarheid van de distributierelatie en gemeenschappelijk auteursrecht. Daarnaast vordering jegens bestuurder van Amerikaanse onderneming om nakoming van de gevraagde veroordelingen door die onderneming te bewerkstelligen.
 

IE-VERBINTENISSENRECHT -  AUTEURSRECHT

 

Vorderingen tot nakoming van de (exclusiviteit van de) overeenkomst.

Overigens ligt ook bepaald niet voor de hand dat Dmarcian in 2016 aan haar eerste en enige distributeur mondeling een niet opzegbare eeuwigdurende exclusieve licentie zou verlenen en daarmee vergaand afstand zou doen van haar exploitatierechten. Advisor mocht daarop bij gebrek aan schriftelijke vastlegging in dit geval redelijkerwijs ook niet op vertrouwen. Uit de gestelde feiten en omstandigheden volgt voorshands niet dat het (uitgeoefende) optierecht voor Dmarcian en/of [X] op het meerderheidsbelang in Advisor redelijkerwijs als volledige afkoopsom voor een eeuwigdurende niet opzegbare licentie kon gelden.

 

Het voorgaande betekent dat de gevorderde voorzieningen niet toewijsbaar zijn, voor zover gebaseerd op de stelling dat Advisor op grond van de in 2016 gemaakte afspraken over een exclusieve eeuwigdurende (niet-opzegbare) licentie beschikt. Bij het voorgaande komt nog dat, voor zover de overeenkomst ertoe strekte dat Advisor door Dmarcian werd toegestaan de Software in auteursrechtelijke zin te exploiteren, zowel naar Amerikaans als naar (vanaf 2015 geldend) Nederlands recht voor een exclusieve auteursrechtlicentie een akte is vereist, zonder dat uit de in dit kort geding gestelde feiten volgt dat een dergelijke akte is getekend.

 

Gemeenschappelijk auteursrecht

Of de door de Europese softwareontwikkelaars geleverde bijdragen oorspronkelijk zijn in auteursrechtelijke zin, vergt nader onderzoek waarvoor in dit kort geding geen plaats is en zal uiteindelijk in de bodemprocedure moeten worden uitgemaakt. Het hof acht evenwel voldoende aannemelijk dat (uiteindelijk zal worden vastgesteld) dat van een gemeenschappelijk werk sprake is. Voor gemeenschappelijk auteursrecht op versie 2.0 is immers niet vereist dat de bijdragen van de ontwikkelaars van gelijk gewicht zijn ten opzichte van de bijdrage van Dmarcian als maker van de aanvankelijke versie van de Software. Ook een geringe, van de overige elementen van het werk niet scheidbare, bijdrage die voldoet aan de oorspronkelijkheidseis is hiervoor reeds voldoende. Vast staat dat zes Bulgaarse softwareontwikkelaars en [aandeelhouder 2] vele maanden aan de ontwikkeling van versie 2.0 hebben gewerkt.


Verbod tot exploitatie van de software in het territoir, blokkeren websites, verbod wijziging software. Naar het voorlopig oordeel van het hof moet een belangenafweging er op dit moment toe leiden dat deze vorderingen, voor Nederland, worden afgewezen voor zover het om bestaande klanten van Dmarcian gaat, dat wil zeggen klanten in Nederland met wie Dmarcian rechtstreeks of althans zonder tussenkomst van Advisor heeft gecontracteerd.


De slotsom is dat het onder 1 sub i gevorderde verbod om de Software te exploiteren toewijsbaar is, voor zover beperkt tot Nederland en, op grond van de in 5.35 genoemde belangenafweging, met uitzondering van klanten in Nederland met wie Dmarcian al rechtstreeks/zonder tussenkomst van Advisor heeft gecontracteerd. Ook het 2 sub i gevorderde gebod is beperkt tot het blokkeren van de website van Dmarcian voor klanten met een IP adres in Nederland, eveneens met uitzondering van klanten in Nederland met wie Dmarcian al rechtstreeks/zonder tussenkomst van Advisor heeft gecontracteerd. Het onder 1 sub iv gevorderde verbod om klanten in het Territoir te werven is alleen toewijsbaar voor zover Dmarcian bij het benaderen van Advisor-klanten gebruik maakt van de klantgegevens waarover zij reeds op 21 januari 2021 beschikte. Voor het gevraagde verbod om klanten aan te moedigen het contract met Advisor te beëindigen, en het gevraagde gebod om gegevens en documenten met betrekking tot klanten te verschaffen geldt dezelfde beperking. De verboden en het gebod gelden niet voor licentienemers binnen het Territoir die via creditcard betaalden of die anderszins zonder feitelijke tussenkomst van Advisor licentienemer zijn geworden en bleven. Vordering sub 3 (nakoming van de overeengekomen exclusiviteit) is slechts toewijsbaar voor zover het gaat om (meehelpen met) het migreren van de voor Advisor ontoegankelijk gemaakte gegevens van klanten van Advisor. De desbetreffende veroordelingen zullen worden versterkt met dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag of gedeelte van een dag dat Dmarcian met de nakoming in gebreke blijft.

 

Het hof 

- verbiedt Dmarcian op grond van het (gemeenschappelijk) auteursrecht om de Software, al dan niet als SaaS, aan te bieden en/of te licentiëren en/of te doen licentiëren aan natuurlijke personen en/of rechtspersonen in Nederland, met uitzondering van klanten in Nederland met wie Dmarcian al rechtstreeks/zonder tussenkomst van Advisor heeft gecontracteerd;

 

- gebiedt Dmarcian op grond van het (gemeenschappelijk) auteursrecht haar website(s) waarop zij de Software aanbiedt te blokkeren voor bezoekers met een IP-adres in Nederland, met uitzondering van klanten in Nederland met wie Dmarcian al rechtstreeks/ zonder tussenkomst van Advisor heeft gecontracteerd;

 

- verbiedt Dmarcian op (post)contractuele grondslag om binnen het Territoir de Software, al dan niet als Saas, aan te bieden en/of te (doen) licentiëren aan klanten

 

ECLI:NL:GHDHA:2024:312
 

Zie eerder Rb Rotterdam IEPT20210531