Voertuigen van verbrand schip niet uitgeput: niet met toestemming van BMW in de EU op de markt gebracht (T1 douanestatus)

01-08-2025 Print this page
IEPT20250730, Rb Den Haag, BMW
(Met dank aan Hidde Koenraad, Boekx Advocaten)

Tijdens transport van BMW-auto’s naar o.a. Taiwan brak brand uit op een vrachtschip, waardoor veel voertuigen verloren gingen of vervuild raakten. De verzekeraar van de Taiwanese importeur verkocht 260 ogenschijnlijk onbeschadigde auto’s aan [gedaagden] c.s., die ze wilde doorverkopen. BMW verzette zich hiertegen, wijzend op mogelijke gebreken en veiligheidsrisico’s. BMW vordert een verbod op verdere verkoop en vernietiging van de auto’s, met een beroep op haar merk- en modelrechten. De auto’s zijn niet door BMW in de EU op de markt gebracht, dus is er geen sprake van uitputting. BMW mag zich daarom verzetten tegen verhandeling. Vernietiging van de auto’s mag pas na een onherroepelijk vonnis. De bestuurders werd een ernstig persoonlijk verwijt gemaakt.


MERKENRECHT

 

In krantenartikelen stond dat gedaagden wisten dat ze een risico namen: in het koopcontract stond al heel groot dat BMW vond dat de auto's niet meer de weg op mochten. BMW vreest dar de auto's technisch te veel geleden hebben door de brand en niet meer aan de kwaliteitseisen voldoen. De autobouwer wil het risico van aansprakelijkheidsclaims uitsluiten.


BMW heeft geen (impliciete) toestemming gegeven voor verkoop van de auto’s, noch haar merkrechten prijsgegeven. De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van rechtsverwerking: BMW heeft zich verzet tegen verhandeling en was niet op de hoogte van verkoop binnen de EU. Ook heeft zij geen gedrag vertoond dat bij [gedaagden] c.s. het gerechtvaardigd vertrouwen kon wekken dat verkoop was toegestaan. Het beroep op rechtsverwerking wordt afgewezen.

 

De auto’s zijn na de brand nooit in de Europese Economische Ruimte (EER) ingevoerd en bleven onder douanestatus T-1. BMW had ze niet in de EER in de handel gebracht. [Gedaagden] c.s. stelde dat levering aan de Taiwanese importeur PGM in Duitsland tot uitputting van BMW’s merkrechten leidde, maar de rechtbank oordeelt dat hiervan geen sprake is. BMW’s merk- en modelrechten zijn dus niet uitgeput en zij mag verdere verhandeling binnen de EER tegenhouden.

 

De rechtbank oordeelt dat de door [gedaagden] c.s. overgelegde onderzoeksrapporten onvoldoende onderbouwd en te beperkt zijn om de ernstige veiligheidszorgen van BMW te weerleggen. BMW wijst terecht op mogelijke schade aan auto’s door extreme hitte en giftige gassen, met risico’s die zich later kunnen openbaren. Zonder grondig, allesomvattend onderzoek kan niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat de voertuigen veilig zijn. Omdat [gedaagden] c.s. dit onderzoek niet heeft geleverd, wijst de rechtbank de vordering tot afgifte ter vernietiging toe. De afgifte ter vernietiging zal daarom bevolen worden maar deze zal niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, mede omdat vernietiging van de auto’s in dit stadium partijen later in een onmogelijke bewijspositie zal brengen.

 

De rechtbank verklaart voor recht dat merk- en modelrechtinbreuk is gepleegd. Staking van aanbod in de EER. Opgaveplicht. Recall bij afnemers, waaronder eindgebruiker en consumenten. Meer nevenvorderingen toegewezen.

 

IEPT20250730, Rb Den Haag, BMW 


ECLI:NL:RBDHA:2025:13610
 

Eerder kort geding tot opheffing beslag: IEPT20240715