Concurrentiegevoelige informatie linkspan mocht worden afgeplakt

24-09-2025 Print this page
IEPT20250903, Rb Rotterdam, Ravestein v Macgregor

Vervolg op 20241127. Geen dwangsommen verbeurd. Bewijs zoals opgedragen in het tussenvonnis van (IEPT20220601) is niet geleverd. Vorderingen in conventie (gebaseerd op auteursrecht, slaafse nabootsing, bedrijfsgeheimen en profiteren van wanprestatie) worden afgewezen. Onrechtmatige beslaglegging. Schade. Geen sprake van onrechtmatig procederen.
 

 

In het tussenvonnis van 2022 IEPT20220601 is Ravestein opgedragen feiten en omstandigheden te bewijzen waaruit kan worden afgeleid dat MacGregor in 2016 de complete set tekeningen en andere informatie met betrekking tot de Ravelink heeft ontvangen. In het tussenvonnis van 2023 IEPT20231206 is geoordeeld dat het vereiste bewijs niet is geleverd met de verklaringen van de getuigen die zijn gehoord. MacGregor wordt toegestaan concurrentiegevoelige bedrijfsvertrouwelijke informatie (bedragen) zwart te maken. Ravestein vindt dat er teveel (meer dan enkel bedragen) is zwartgelakt en wenst correctie. Die krijgt ze nog altijd niet.

 

De rechtbank is van oordeel dat Ravestein onvoldoende heeft onderbouwd dat de afgeplakte tekeningen en tekstblokken relevant zijn voor het geschil en niet door MacGregor mochten worden afgeplakt. Ook informatie die betrekking heeft op het goedkoper of efficiënter realiseren van een linkspan kan in beginsel ook worden gekwalificeerd als concurrentiegevoelig en bedrijfsvertrouwelijk.

 

In het tussenvonnis van 1 juni 2022 is al geoordeeld dat de vorderingen van Ravestein die zijn gegrond op het auteursrecht en op slaafse nabootsing in het eindvonnis zullen worden afgewezen. Uit dit vonnis blijkt dat ook de andere vorderingen van Ravestein zullen worden afgewezen. De rechtbank blijft daarbij. Het oordeel over de proceskosten in conventie wordt aangehouden tot het eindvonnis.


De rechtbank oordeelt dat Ravestein niet onrechtmatig heeft geprocedeerd. Het aanvankelijk dagvaarden van Cargotec in plaats van MacGregor valt haar niet aan te rekenen vanwege door MacGregor veroorzaakte onduidelijkheid. Ook de stelling dat de procedure enkel was bedoeld om druk op Bouygues te zetten of informatie te verkrijgen, wordt verworpen. Over de gevraagde proceskostenvergoeding (art. 1019h/1019i Rv) beslist de rechtbank pas in het eindvonnis.


De zaken worden aangehouden en op de rol gezet voor 1 oktober voor het nemen van akte door Ravestein betreft het schadedebat.


ECLI:NL:RBROT:2025:11121