Aanhouding executiegeschil opgaveverplichting vanwege vragen aan HvJEU in andere zaak

28-11-2025 Print this page
IEPT20251118, Hof Den Haag, MHCS v Loendersloot

Executiegeschil inzake parallelhandel in alcoholhoudende dranken. Partijen twisten over de vraag of Loendersloot heeft voldaan aan de opgaveverplichting die de rechtbank aan haar heeft opgelegd vanwege het onrechtmatig faciliteren van merkinbreuk door derden. In dit incident vordert Loendersloot aanhouding van de procedure in afwachting van de beantwoording van prejudiciële vragen (onder meer over de omvang van de opgaveverplichting bij parallelhandel) in een andere procedure IEPT20250902 (DelicaSea v Bacardi). Het hof wijst de incidentele vordering toe.

 

EXECUTIEGESCHIL

 

De voorzieningenrechter heeft de vordering bij vonnis toegewezen IEPT20240718. MHCS heeft hoger beroep ingesteld en heeft Loendersloot om aanhouding verzocht.

 

MHCS heeft aangevoerd dat het in dit kort geding enkel gaat over de vraag of Loendersloot heeft voldaan aan de opgaveverplichting. Het gaat hier niet om de vraag of in de bodemzaak het opgavebevel terecht is opgelegd zodat de beantwoording van de prejudiciële vraag hier niet relevant is. Het executiegeschil mag geen verkapt rechtsmiddel zijn. Het opgavebevel ziet bovendien enkel op gedecodeerde MHCS-producten, terwijl de prejudiciële vraag ziet op niet-gedecodeerde producten. De verzochte aanhouding ontneemt aan het opgavebevel en de daaraan verbonden dwangsom haar doeltreffende en afschrikwekkende werking. MHCS c.s. heeft dan geen pressiemiddel om Loendersloot te bewegen het opgavebevel na te komen.

 

Uit de omstandigheid dat MHCS heeft ingestemd met aanhouding van het hoger beroep in de bodemzaak volgt reeds dat de beantwoording van de prejudiciële vraag over de omvang van de opgaveverplichting van belang kan zijn voor de bodemzaak. Om complicaties van diverse aard te voorkomen ziet het hof aanleiding om ook deze KG-procedure aan te houden. De belangen die MHCS heeft aangevoerd dat niet moet worden aangehouden zijn niet van zodanig gewicht dat zij tot een ander oordeel leiden. Loendersloot heeft aangegeven steeds bereid te zijn aanvullende informatie te geven, er is dus geen sprake van gehele weigering.

 

Incidentele vordering tot aanhouding wordt toegewezen en de hoofdzaak ambtshalve wordt doorgehaald in afwachting van de beantwoording van de prejudiciële vragen.

 

ECLI:NL:GHDHA:2025:2390