Door pseudokoper gefilmde verkoop ByLima-sjaals is bewijs voor merkgebruik
27-01-2026 Print this page
Eiseres verkoopt sinds 2014 sjaals en kleding onder het merk ByLima. Pseudokopers filmden heimelijk hoe [gedaagde 1] c.s. op 28 mei 2024 meerdere nieuwe, verpakte sjaals met ByLima-tekens te koop aanboden tegen vaste prijzen en met korting bij afname van meerdere stuks. De rechtbank oordeelt dat hiermee sprake is van gebruik van het merk in het economisch verkeer en dus van merkinbreuk; bewijs van namaak, modellen of aantallen is niet vereist. Het beroep op uitputting faalt wegens onvoldoende bewijs. [gedaagde 1] c.s. worden veroordeeld tot staking, informatieverstrekking, een dwangsom en betaling van proceskosten.
[eiseres] houdt zich sinds 2014 met het ontwerpen, doen vervaardigen en verkopen van sjaals, kleding en burkini’s onder de naam/beeldmerk ByLima. Pseudokopers hebben gedaagde bij een evenementenlocatie ontmoet en heimelijk een video gemaakt. In kort geding is gedaagde veroordeeld tot staken van sjaals (IEPT20240805).
De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde 1] c.s. inbreuk hebben gemaakt op de Benelux beeldmerken van [eiseres] c.s. als bedoeld in artikel 2.20 lid 2 sub a BVIE.
oor het aannemen van merkinbreuk hoefde [eiseres] c.s. niet te bewijzen om welk specifiek model, welke hoeveelheid of of het om namaaksjaals ging; voldoende is dat de merken in het economisch verkeer zijn gebruikt door onder een gelijk teken dezelfde waren (sjaals) aan te bieden. Aan deze stelplicht is voldaan.
Het verweer van [gedaagde 1] c.s. dat geen sprake was van gebruik in het economisch verkeer wordt verworpen. Uit de videobeelden blijkt dat meerdere nieuwe, verpakte sjaals met ByLima-tekens werden aangeboden, dat er voorraad in verschillende kleuren en aantallen was, dat er al veel was verkocht, dat vaste prijzen werden genoemd (€ 75 of € 85) en dat korting mogelijk was bij afname van meerdere sjaals. Dit wijst op een commerciële activiteit buiten de privésfeer. Hoewel niet vaststaat dat sprake was van een structurele, grootschalige handel of dat [gedaagde 1] c.s. ook na 28 mei 2024 sjaals hebben verkocht, staat wel vast dat het aanbod op die datum commercieel was.
Het beroep van [gedaagde 1] c.s. op uitputting van de merkrechten faalt. het bewijs dat de aangeboden sjaals door of met toestemming de de EU in de handel waren gebracht, blijkt onvoldoende uit de overgelegde verklaring en aankoopbonnen. Mede gezien de grote hoeveelheid ongebruikte, verpakte sjaals en de lage verkoopprijzen in vergelijking met de oorspronkelijke aankoopprijzen.
De gevorderde vernietiging van de voorraad sjaals wordt afgewezen. Het staat niet vast dat de in beslag genomen sjaals namaak betreft. Deze zijn in bewaring bij de deurwaarder, maar is nog geen inzage in geweest. Dit betrof bovendien geen handelsvoorraad, maar betrof kleding die in dozen zat in verband met zijn verhuizing.
De rechtbank verklaart voor recht dat inbreuk op merkrechten is gemaakt, veroordeelt tot staking. Opgavevordering tot verstrekken van naw-gegevens van leveranciers en (rechts)personen die betrokken zijn bij de handel. Op straffe van een dwangsom. Gedaagde wordt veroordeeld in proceskosten van €8.956,04 en €307,00 in reconventie.