In kort geding opgelegd auteursrechtelijk inbreukverbod strekt niet verder dan de uitdrukkelijk opgesomde verboden handelingen. Een veroordeling moet volgens vaste rechtspraak worden gelezen in samenhang met hetgeen ter onderbouwing daarvan is overwogen in het lichaam van het veroordelend vonnis. Gelet op de geboden terughoudendheid bij een grensoverschrijdend auteursrechtelijk verbod in kort geding en ter voorkoming van executieproblemen, beperkte de voorzieningenrechter de volgens het petitum van Stokke c.s. ‘in het bijzonder’ te verbieden handelingen tot 'het (laten) vervaardigen, aanbieden ter verkoop of verhuur, in de handel brengen en in- en uitvoeren' van de Iris Chair. Hoewel de tekst van het dictum op zichzelf ruimte laat voor verschillende interpretaties, geven de overwegingen van de voorzieningenrechter de doorslag. Oude promotieposts op sociale media vallen niet onder het in kort geding opgelegde inbreukverbod. De stelling van Stokke c.s. dat de posts als auteursrechtelijke verveelvoudiging moeten worden aangemerkt, kan niet tot overtreding van het veroordelend vonnis leiden, nu geen sprake is van een algemeen verbod van ‘iedere inbreuk’, maar van een verbod beperkt tot specifiek genoemde handelingen. Stokke c.s. hebben bovendien onvoldoende gemotiveerd dat met deze posts sprake is van één van de specifiek verboden handelingen, waaronder ‘aanbieden ter verkoop’.
Hof bekrachtigt het executievonnis (IEPT20251024) en oordeelt dat Cybex geen dwangsommen heeft verbeurd. De grieven van Stokke waarmee zij een betaling van €2.000.000 aan dwangsommen beoogde te bewerkstelligen zijn ongegrond.
Het Hof bevestigt dat het grensoverschrijdende verbod op verhandeling van de Iris-stoel beperkt was tot een standstill. Dit pan-Europese verbod was door de voorzieningenrechter in eerste aanleg opgelegd wegens aangenomen inbreuk op de Tripp Trapp-stoel, maar is inmiddels door Cybex succesvol bestreden in hoger beroep en vernietigd voor de lidstaten buiten Nederland (IEPT20260414). De omvang van het executiegeschil in hoger beroep betreft hierdoor alleen nog het Nederlandse grondgebied.
De executievoorzieningenrechter (IEPT20251024) heeft de reikwijdte van het vonnis uitgelegd en geoordeeld dat de onder verwijten A en B genoemde gedragingen van Cybex geen overtredingen opleveren. Betreft de website (verwijt C) wel, echter omdat voor het eerst op 15 juli 2025 een rechtsgeldige betekening plaatsvond zijn geen dwangsommen verbeurd, omdat de overtredingen toen al waren gestopt. Bij gebrek aan overtreding is er sprake van misbruik van executiebevoegdheid.
Omvang van het hoger beroep is beperkt onthouden van inbreuken op het auteursrecht alleen op het grondgebied van Nederland.
Zuiver tekstueel beschouwd valt iets te zeggen voor uitleg door beide partijen. Ook lijkt uit de tekst 'iedere inbreuk' te worden verboden, maar vervolgens beperkt tot bepaalde handelingen beperkt door 'in het bijzonder'. Er is aangesloten bij de voorafgaande overwegingen over de geboden terughoudendheid.
Beoogt was een standstill te bereiken, bij de posts op social media zat geen verkooplink en de stoel werd al wereldwijs gepromoot en gedistribueerd voor de standstill kwam. Handhaving van een deel van oude posts op global social media accounts zijn niet aan te merken als overtreding.
Er zijn dus geen dwangsommen verbeurd, het beslag is onrechtmatig en staking van executie. Geen van de grieven van Stokke slaagt, faalt het hoger beroep. Proceskostenveroordeling van €18.000 en 827 aan griffierechten.
Ten overvloede: Om niet op artikel 12 lid 1 Betekeningsverordening III gegronde weigering tot inontvangstneming is niet toelaatbaar, terwijl aan alle voorwaarden voor een rechtsgeldige betekening per postdoen is voldaan, strookt niet met het doel van de Betekeningsverordening III. De stukken zijn daadwerkelijk ter ontvangst aan geadresseerden aangeboden op hun bekende vestigingsadres, maar zij hebben zonder geldige reden geweigerd die stukken in ontvangst te nemen.
IEPT20260526, Hof Den Bosch, Stokke v Cybex
Kopie oorspronkelijke uitspraak