HR verwerpt beroep Rockwool vermeend misleidende en ongeoorloofde vergelijke reclame

22-06-2026 Print this page
IEPT20260612, HR, Rockwool v Kingspan

Na de Grenfell Tower-brand ontstond een juridische strijd tussen Kingspan en Rockwool over de brandveiligheid van hun isolatieproducten en vermeend misleidende en ongeoorloofde vergelijkende reclame. Het hof oordeelde dat de presentatie van Kingspan slechts illustreerde dat voor de brandveiligheid van een gevel niet alleen de afzonderlijke brandprestaties van materialen van belang zijn, maar dat het gehele gevelsysteem moet worden getest. De vergelijking was beperkt tot de omstandigheid dat brandveiligheid afhangt van het gevelsysteem als geheel. De gebruikte testen werden betrouwbaar geacht ter illustratie dat een focus op classificaties van afzonderlijke materialen tot schijnveiligheid kan leiden. De Hoge Raad verwerpt het beroep van Rockwool.

 

ONRECHTMATIGE PUBLICITEIT

 

Kingspan en Rockwool, beiden marktleiders in isolatieproducten, voeren een juridische strijd over de brandveiligheid van hun producten na de Grenfell Tower-brand in 2017. De zaak draait om misleidende en ongeoorloofde vergelijkende reclame van beide partijen. De rechtbank oordeelde dat zowel Kingspan als Rockwool zich hieraan schuldig hebben gemaakt, met deels toegewezen vorderingen. Het hof concludeert dat van de uitingen van Kingspan in hoger beroep alleen de uiting op hun website over als onbrandbaar geclassificeerd materiaal ongeoorloofde vergelijkende reclame en daarmee onrechtmatig is jegens Rockwool.


3.2.2 (…) Dat verschillen tussen de testopstellingen in de presentatie niet zijn genoemd, betekent niet dat van een objectieve vergelijking geen sprake meer is of dat de gemaakte vergelijking misleidend is, aldus het hof. (…) Er wordt alleen mee geïllustreerd dat voor de brandveiligheid van een gevel niet alleen de afzonderlijke brandprestaties van de gevelbekleding en het isolatiemateriaal van belang zijn, maar ook andere factoren, en dat het daarom nodig is de gehele constructie te testen, aldus het hof.


In het oordeel van het hof ligt besloten dat de vergelijking beperkt was tot de omstandigheid dat de brandveiligheid uiteindelijk afhangt van het gevelsysteem als geheel.


Het hof heeft de genoemde testen betrouwbaar geacht ter vergelijking van de brandveiligheid van de gebruikte gevelconstructie, ter illustratie van het punt van [betrokkene] dat de focus op de classificatie van afzonderlijke materialen tot schijnveiligheid leidt en dat grootschalige systeemtesten nodig zijn om de brandveiligheid van een gevelconstructie te testen, en niet ter vergelijking van de brandveiligheid van de gebruikte materialen zelf.
 

De klachten falen. Het hof heeft het betoog van Rockwool kennelijk zo uitgelegd dat dit geen betrekking had op de presentatie van [betrokkene], maar op andere uitlatingen. Die uitleg is niet onbegrijpelijk. De stellingen van Rockwool doen bovendien niet af aan het oordeel van het hof dat de presentatie slechts inhield dat voor het bepalen van brandveiligheid het gehele systeem moet worden getest, omdat zowel materialen met classificatie C+B als materialen met classificatie A1 en A2 onder omstandigheden kunnen falen of slagen bij een grootschalige geveltest.


De Hoge Raad, anders dan de Conclusie AG ECLI:NL:PHR:2025:1396 die strekt tot vernietiging en verwijzing, verwerpt het beroep.
  

IEPT-versie volgt later
ECLI:NL:HR:2026:919