Artikel 15 – Vorderingen met betrekking tot de aanspraak op het Uniemodel

Print this page

 weegschaal.png

 

1.   Indien een niet-ingeschreven Uniemodel openbaar wordt gemaakt door of indien daarop aanspraak wordt gemaakt door een persoon die uit hoofde van artikel 14 daarop geen recht heeft, of indien een ingeschreven Uniemodel is aangevraagd of ingeschreven op naam van een dergelijke persoon, kan de rechthebbende uit hoofde van dat artikel, onverminderd andere rechten of maatregelen die die persoon ter beschikking staan, voor de bevoegde rechter of autoriteit van de betrokken lidstaat erkenning als rechtmatig houder van het Uniemodel vorderen.


2.  Een persoon die samen met anderen recht heeft op een Uniemodel, kan overeenkomstig lid 1 erkenning als medehouder daarvan vorderen.


3.   Procedures uit hoofde van lid 1 of 2 kunnen worden ingesteld binnen drie jaar na de datum waarop een ingeschreven Uniemodel werd gepubliceerd of een niet-ingeschreven Uniemodel openbaar werd gemaakt. Deze bepaling is niet van toepassing indien de persoon die geen recht heeft op het Uniemodel te kwader trouw was op het ogenblik waarop een dergelijk model werd aangevraagd, openbaar gemaakt of verkregen.


4.   De persoon die uit hoofde van artikel 14 recht heeft op een Uniemodel kan op grond van lid 1 van dit artikel een verzoek tot verandering in het houderschap indienen bij het Bureau, samen met een in kracht van gewijsde gegane beslissing van de bevoegde rechter of autoriteit van de betrokken lidstaat over de aanspraak op het Uniemodel.


5.   In het geval van een ingeschreven Uniemodel worden de volgende gegevens in het in artikel 72 bedoelde Uniemodellenregister (“het register”) opgenomen:
a)     een vermelding dat uit hoofde van lid 1 een procedure is ingesteld bij de bevoegde rechter of autoriteit van de betrokken lidstaat;
b)     de datum en gegevens van de in kracht van gewijsde gegane beslissing van de bevoegde rechter of autoriteit van de betrokken lidstaat inzake de aanspraak op het Uniemodel of een andere beëindiging van de procedure;
c)     een verandering in de eigendom van het ingeschreven Uniemodel ten gevolge van de in kracht van gewijsde gegane beslissing van de bevoegde rechter of autoriteit van de betrokken lidstaat inzake de aanspraak op het Uniemodel.