Artikel 13 - Gronden voor niet-inschrijving

Print this page

1. In de volgende gevallen wordt de inschrijving van een model geweigerd: 

a) het model is geen model in de zin van artikel 2, punt 3); 

b) het model is strijdig met de openbare orde of de goede zeden, zoals voorzien in artikel 8, of 

c) het model vormt een oneigenlijk gebruik van een van de in artikel 6 ter van het Verdrag van Parijs ter bescherming van de industriële eigendom genoemde zaken, tenzij de bevoegde autoriteiten toestemming hebben gegeven voor de inschrijving. 

 

2. Lidstaten kunnen bepalen dat de inschrijving van een model moet worden geweigerd indien het model een oneigenlijk gebruik vormt van andere kentekenen, emblemen en wapenschilden dan die welke onder artikel 6 ter van het Verdrag van Parijs vallen en in de betrokken lidstaat van bijzonder algemeen belang zijn, tenzij de bevoegde autoriteit overeenkomstig het recht van de lidstaat toestemming heeft gegeven voor de inschrijving ervan. 

 

3. Lidstaten kunnen bepalen dat de inschrijving van een model moet worden geweigerd indien het model een volledige of gedeeltelijke reproductie bevat van tot het cultureel erfgoed behorende elementen van nationaal belang.