Artikel 14 - Nietigheidsgronden
Print this page1. Indien het model is ingeschreven, wordt het modelrecht in elk van de volgende gevallen nietig verklaard:
a) het model is geen model in de zin van artikel 2, punt 3);
b) het model voldoet niet aan de voorwaarden van de artikelen 3 tot en met 8;
c) de inschrijving van het model is in strijd met artikel 13, lid 1, punt c), of artikel 13, lid 2;
d) op grond van een besluit van de bevoegde rechter of autoriteit kan de houder van het modelrecht er uit hoofde van het recht van de betrokken lidstaat geen aanspraak op maken;
e) het model is strijdig met een ouder model dat voor het publiek beschikbaar is gesteld vóór of na de datum van indiening van de aanvraag of, indien er aanspraak op voorrang wordt gemaakt, de datum van voorrang van het model, en dat wordt beschermd vanaf een datum vóór de datum van indiening van de aanvraag of, indien aanspraak op voorrang wordt gemaakt, de datum van voorrang van het model:
i) door een ingeschreven Uniemodel, dan wel door een aanvraag om inschrijving als Uniemodel, onder voorbehoud van inschrijving;
ii) door een ingeschreven modelrecht van de betrokken lidstaat dan wel door een aanvraag om een zodanig recht, onder voorbehoud van inschrijving;
iii) door een modelrecht dat is ingeschreven op grond van in de betrokken lidstaat geldende internationale regelingen, of door een aanvraag om een zodanig recht, onder voorbehoud van inschrijving;
f) in een later model wordt van een onderscheidend teken gebruikgemaakt, en het Unierecht of het recht van de betrokken lidstaat dat op dat teken van toepassing is, staat de houder van het recht op het teken toe dat gebruik te verbieden;
g) in het model wordt zonder toestemming gebruikgemaakt van een werk dat in de betrokken lidstaat auteursrechtelijk beschermd is.
2. Als het model is ingeschreven, kunnen de lidstaten bepalen dat het modelrecht nietig moet worden verklaard indien het model een volledige of gedeeltelijke reproductie bevat van tot het cultureel erfgoed behorende elementen van nationaal belang.
3. De in lid 1, punten a) en b), vermelde nietigheidsgronden kunnen worden ingeroepen door:
a) iedere natuurlijke of rechtspersoon, of
b) elke groepering of entiteit die is opgericht om de belangen van fabrikanten, producenten, dienstverrichters, handelaren of consumenten te behartigen, indien die groepering of entiteit uit hoofde van het geldende recht bevoegd is in eigen naam in rechte op te treden.
4. De in lid 1, punt c), vermelde nietigheidsgrond kan alleen door de persoon of entiteit die door het oneigenlijk gebruik wordt getroffen, worden ingeroepen.
5. De in lid 1, punt d), vermelde nietigheidsgrond kan alleen worden ingeroepen door degene die volgens het recht van de betrokken lidstaat aanspraak kan maken op het modelrecht.
6. De in lid 1, punten e), f) en g), vermelde nietigheidsgronden kunnen alleen door de volgende personen worden ingeroepen:
a) de aanvrager of de houder van het oudere recht;
b) de personen die krachtens het Unierecht of het recht van de betrokken lidstaat de rechten kunnen uitoefenen, of
c) een licentiehouder die is gemachtigd door de houder van het oudere recht.
7. Een ingeschreven modelrecht wordt niet nietig verklaard indien de aanvrager of een houder van een recht zoals bedoeld in lid 1, punten e), f) en g), uitdrukkelijk heeft ingestemd met de inschrijving van het model vóór de indiening van de vordering tot nietigverklaring of de reconventionele vordering.
8. Een modelrecht kan ook na verval of afstand nietig worden verklaard.