Artikel 53bis

Print this page

  weegschaal.png

 

1. Wanneer er ernstige twijfels bestaan over de geldigheid van het recht kan het Bureau een procedure inleiden voor nietigverklaring en vervallenverklaring als bedoeld in respectievelijk artikel 20 en artikel 21 van de basisverordening. Een dergelijke procedure kan door het Bureau op eigen initiatief of op verzoek worden ingeleid.


2. Een aan het Bureau gericht verzoek om een procedure in te leiden voor nietigverklaring of vervallenverklaring als bedoeld in respectievelijk artikel 20 en artikel 21 van de basisverordening, gaat vergezeld van bewijsmateriaal en feiten die aanleiding geven tot ernstige twijfels over de geldigheid van het recht en bevat:
a) ten aanzien van de registratie waarvoor om nietigverklaring of vervallenverklaring wordt verzocht:
i) het registratienummer van het communautair kwekersrecht;
ii) de naam en het adres van de houder van het communautair kwekersrecht;
b) ten aanzien van de gronden van het verzoek:
i) een beschrijving van de gronden van het verzoek om de procedure voor nietigverklaring of vervallenverklaring in te leiden;
ii) een opgave van de feiten, bewijsmateriaal en argumenten die ter staving van deze gronden worden aangevoerd;
c) de naam en het adres van de indiener van het verzoek en, indien hij een vertegenwoordiger voor de procedure heeft aangesteld, de naam en het adres van deze vertegenwoordiger.


3. Beslissingen van het Bureau om een in lid 2 bedoeld verzoek niet-ontvankelijk te verklaren, worden aan de indiener van het verzoek en de houder van het communautair kwekersrecht meegedeeld.


4. Het Bureau houdt geen rekening met indiening van schriftelijke stukken of stukken, of delen daarvan, die niet binnen de door het Bureau vastgestelde termijn zijn ingediend.


5. Beslissingen van het Bureau om een communautair kwekersrecht nietig en vervallen te verklaren, worden in het in artikel 87 bedoelde Mededelingenblad bekendgemaakt.