Artikel 11bis

Print this page

 weegschaal.png

 

1.  Ingeval het Bureau tijdens een onderzoek van een internationale inschrijving overeenkomstig artikel 106 sexies, lid 1, van Verordening (EG) nr. 6/2002 vaststelt dat het model waarvoor bescherming wordt aangevraagd, niet met de in artikel 3, punt 1), van genoemde verordening gegeven omschrijving van een model overeenstemt, dan wel strijdig is met de openbare orde of de goede zeden, doet het Bureau het Internationaal Bureau van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (“het Internationaal Bureau”) binnen zes maanden na de datum van publicatie van de internationale inschrijving een kennisgeving van weigering toekomen, die overeenkomstig artikel 12, lid 2, van de Akte van Genève bij de Overeenkomst van ’s-Gravenhage betreffende de internationale registratie van tekeningen en modellen van nijverheid ( 1 ) (“de Akte van Genève”) de gronden bevat waarop de weigering is gebaseerd.

 


2.  Het Bureau stelt de termijn vast waarbinnen de houder van de internationale inschrijving overeenkomstig artikel 106 sexies, lid 2, van Verordening (EG) nr. 6/2002 ten aanzien van de Unie afstand kan doen van de internationale inschrijving, de internationale inschrijving ten aanzien van de Unie tot een of meerdere tekeningen en modellen van nijverheid kan beperken, dan wel zijn opmerkingen kenbaar kan maken.

 

3.  Ingeval de houder van de internationale inschrijving overeenkomstig artikel 77, lid 2, van Verordening (EG) nr. 6/2002 verplicht is zich in de procedures voor het Bureau te doen vertegenwoordigen, bevat de kennisgeving een verwijzing naar de op de houder rustende verplichting om een vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 78, lid 1, van genoemde verordening aan te wijzen.
De in lid 2 van dit artikel bedoelde termijn is van overeenkomstige toepassing.

 


4.  Indien de houder binnen de vastgestelde termijn geen vertegenwoordiger aanwijst, weigert het Bureau de bescherming van de internationale inschrijving.

 


5.  Ingeval de houder binnen de vastgestelde termijn opmerkingen kenbaar maakt die het Bureau overtuigen, trekt het Bureau de weigering in en stelt het het Internationaal Bureau overeenkomstig artikel 12, lid 4, van de Akte van Genève van de intrekking van de weigering in kennis.
Ingeval de houder overeenkomstig artikel 12, lid 2, van de Akte van Genève niet binnen de vastgestelde termijn opmerkingen kenbaar maakt die het Bureau overtuigen, bevestigt het Bureau de beslissing tot weigering van de bescherming van de internationale inschrijving. Tegen deze beslissing kan beroep worden ingesteld overeenkomstig titel VII van Verordening (EG) nr. 6/2002.

 

6.  Indien de houder afstand doet van de internationale inschrijving of de internationale inschrijving ten aanzien van de Unie tot een of meer tekeningen en modellen van nijverheid beperkt, stelt de houder het Internationaal Bureau daarvan in kennis volgens de inschrijvingsprocedure van artikel 16, lid 1, punten iv) en v), van de Akte van Genève. De houder kan het Bureau daarvan in kennis stellen door toezending van een overeenkomstige verklaring.