A-G: AMSTERDAM UNIVERSITY onder toepassing van Neuschwanstein-arrest geldig merk voor merchandise- en souvenirartikelen

Print this page 03-01-2020
B915935

Merkenrecht - Geschil omtrent de weigering van het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom om het door de UvA gedeponeerde woordmerk AMSTERDAM UNIVERSITY als merk in te schrijven omdat het wegens zijn beschrijvend karakter geen onderscheidend vermogen zou bezitten. Het Hof Den Haag heeft het door de UvA ingestelde beroep tegen die weigering gedeeltelijk toegewezen en geoordeeld dat het woordmerk ten onrechte is geweigerd voor waren of diensten die niets met onderwijs te maken hebben (IEPT20181218).

 

Het Hof oordeelde onder meer dat - onder toepassing van het Neuschwanstein-arrest (IEPT20180906) - het enkele feit dat de waren of diensten door het in aanmerking komend publiek als merchandising of souvenirs worden beschouwd doordat het teken AMSTERDAM UNIVERSITY erop wordt aangebracht of daaraan wordt verbonden, op zich geen wezenlijk kenmerk vormt dat die waren of diensten beschrijft.

 

Het Bureau heeft cassatie ingesteld. De A-G overweegt in de onderhavige conclusie dat het hof Neuschwanstein op juiste wijze heeft toegepast. Een arrest waarmee de A-G het overigens niet eens is. Het is volgens de A-G namelijk nogal contra-intuïtief dat - enigszins versimpeld gezegd - een teken wel kan worden beschermd als het wordt gebruikt voor algemene waren die het publiek niet in verband brengt met de herkomst van die waren, terwijl het belangrijkste doel van een merk nu juist de herkomstfunctie is. De praktijk zal het echter met het arrest moeten doen en het Hof Den Haag heeft het juist toegepast, zo overweegt de A-G alvorens ook de overige klachten af te wijzen.  

 

Overigens lopen alle beroepen tegen beslissingen van het Bureau in weigerings- en oppositiezaken inmiddels via het Benelux-Gerechtshof. Zaken als deze komen voortaan dus niet meer voor bij het gerechtshof Den Haag en dus ook niet in cassatie bij de Hoge Raad.

 

Lees de conclusie hier.