Conclusie AG over de impliciete licentie als Unierechtelijk niet-toegestane beperking van softwareauteursrechten

26-02-2026 Print this page
B916873

Met dank aan Jeroen Dijkman, HDK Advocaten; Polo van der Putt, Vondst Advocaten en Vivien Rorsch, Larorsch

Uitleg koop- en licentieovereenkomst m.b.t. software waarvan broncode gedeeltelijk overlapt met andere software van verkoper-licentienemer. Omvang auteursrechtelijke overdracht aan koper. Impliciet contractueel gebruiksrecht op overlappende onderdelen voor verkoper-licentienemer. Toerekening van wetenschap aan medekopers. Proceskostenveroordeling ex art. 1019h Rv en indeling complex-normaal volgend indicatietarieven.
 


Workrate heeft sinds 2008 drie softwarepakketten ontwikkeld (Workstate, Workmate en Academy), die een zekere verwevenheid hebben. Eén van die applicaties, Workmate, wilde zij extern commercieel gaan exploiteren onder de naam Usemate. Daartoe is in 2013 Usemate BV opgericht, met als aandeelhouders aanvankelijk Workrate en de holdingvennootschap van [eiser 5], toen werkzaam bij Workrate. Door verzelfstandiging kon het pakket Usemate onafhankelijk van Workrate worden geëxploiteerd. Bij koopovereenkomst uit 2016 met Workrate als verkoper en (de holdingvennootschappen van) [eiser 5] en [eiser 6] en een derde als kopers zijn de aandelen van Workrate in Usemate BV verkocht en daarnaast werd software verkocht en geleverd aan PayingIP. Er is een licentie aan Workrate verleend om de overgedragen software onder bepaalde voorwaarden intern te gebruiken. De naam is van Usemate gewijzigd in PayingIT.

 

Conclusie AG:


De zaak gaat over de uitleg van de koopovereenkomst tot levering van bedoelde software en de licentieovereenkomst waarin een gebruiksrecht aan Workrate is verleend met betrekking tot die software. Geschilpunt is onder meer in welke omvang het auteursrecht op die software aan kopers is overgedragen en tot welke exploitatiehandelingen de verkoper-licentienemer Workrate (nog) bevoegd is. Kernprobleem is daarbij dat er overlappende delen (broncode)software zitten in de pakketten Workstate en Workmate-Usemate, de intentie was dat alleen Usemate over zou worden gedragen en teruggelicentieerd voor intern gebruik, maar dat de transacties de exploitatie van Workstate door Workrate verder ongemoeid zou laten. Rechtbank en hof komen ‘Haviltexend’ tot de uitleg dat er een stilzwijgende licentie is verleend door Payingit c.s. aan Workrate om de overlappende delen (broncode)software te blijven gebruiken in het kader van haar exploitatie van Workstate en dat iets soortgelijks geldt voor het gebruik van KlasseNet door een derde. Daarbij is ook van belang geacht dat partijen in verschillende branches opereren (Workrate in beveiliging, Payingit c.s. in onder meer payrolling).

 

Ik zie het cassatieberoep geen doel treffen. Payingit c.s. doet bij mondeling pleidooi en s.t. een poging de impliciete licentie te construeren als een Unierechtelijk niet-toegestane beperking op de aan haar overgedragen auteursrechten op software (wegens strijd met de driestappentoets uit art. 5 lid 5 Auteursrechtrichtlijn (Arl), de Softwarerichtlijn en het EU-Handvest). Daargelaten dat daarvoor geen aanknopingspunten zijn te vinden in het cassatiemiddel, ook niet in subonderdeel 1.5 (in verbinding met subonderdeel 1.3.c), zoals Payingit c.s. ten onrechte stelt, gaat deze zaak niet om al dan geen toegestane beperking op auteursrechten. Het gaat om uitleg van de betreffende overeenkomsten, waarin deze professionele partijen zelf auteursrechten hebben overgedragen en een licentieverhouding hebben gecreëerd. Contractsvrijheid moet niet worden verward of vermengd met het gesloten stelsel van wettelijke beperkingen in het auteursrecht.

Inzake kosten

4.1. Beide partijen hebben in cassatie ook een proceskostenveroordeling volgens art 1019h Rv gevorderd65. Payingit c.s. heeft kostenspecificaties van mrs. Alberdingk Thijm, Guerrero Obando, Oostinga en Bruning overgelegd voor een totaalbedrag van € 135.731,35 exclusief btw66 en Workrate heeft kostenspecificaties van mrs. Dijkman, Nugteren, Van der Putt en Rörsch overgelegd voor een totaalbedrag van € 84.742,42 exclusief btw67. Voor vergoeding van de proceskosten in cassatie met toepassing van art. 1019h Rv zijn de Indicatietarieven in IE-zaken Hoge Raad van 1 april 2017 ontwikkeld68. De vraag in welke categorie een zaak valt, wordt evenals in hoger beroep voor het cassatieberoep zelfstandig beoordeeld. Dat het hof de procedure als ‘complex’ heeft aangemerkt, is dus in beginsel niet relevant, laat staan beslissend69. Volgens Payingit c.s. moet de zaak in cassatie worden ingedeeld in de categorie ‘normaal’70 en volgens Workrate in de categorie ‘complex’71. Mij lijkt in dit geval, mede gelet op de omstandigheden genoemd in punt 8 onder b van de Indicatietarieven in IE-zaken van de Hoge Raad72, indeling in de categorie ‘complex’ het meest passend73. Indien de conclusie wordt gevolgd en het cassatieberoep wordt verworpen, is Payingit c.s. de in het ongelijk gestelde partij en dient zij te worden veroordeeld in de proceskosten van Workrate. Uitgaande van de categorie ‘complex’ geldt volgens de indicatietarieven dan voor Workrate als verweerster in cassatie in beginsel een maximumbedrag van € 40.000 met een opslag van maximaal € 3.000 voor dupliek (en nog eens maximaal € 2.000 voor een eventuele Borgersbrief). Volgens Workrate kunnen deze maximumbedragen in dit geval niet worden beschouwd als ‘een significant en passend deel’ van de door haar gemaakte kosten. Op grond van de specifieke kenmerken van het geval74 vordert zij anderhalf maal het maximumbedrag voor verweer (dus € 60.000) en het dubbele van het maximumbedrag voor dupliek (dus € 6.000)75. De bijzondere omstandigheden die dat volgens Workrate rechtvaardigen zijn ‘de uitzonderlijke omvang van het cassatiedebat door het grote aantal nieuwe klachten en het overbodige mondelinge pleidooi’76. Workrate kan worden toegegeven dat Payingit c.s. het cassatiedebat onnodig heeft gecompliceerd, maar die (dus voor een deel onnodige) complexiteit zit naar wil voorkomen al afdoende verdisconteerd in de indeling in de categorie ‘complex’. Ook als de maximumbedragen van € 40.000 voor verweer en € 3.000 voor dupliek worden afgezet tegen de door Workmate daadwerkelijk gemaakte kosten kan volgens mij niet worden gezegd dat daarmee geen sprake is van vergoeding van een significant en passend deel (ongeveer de helft) van de door haar gemaakte kosten.

4.2. Daarmee is echter nog niet zonder meer gezegd dat Workrate op de voet van art. 1019h Rv aanspraak kan maken op de genoemde maximumbedragen van € 40.000 en € 3.000 voor verweer en dupliek. In cassatie heeft immers één van de drie onderdelen van het middel en twee van de tien klachten betrekking op de art. 1019h Rv-aanspraken in appel. Volgens vaste rechtspraak vallen kosten gemaakt om te doen vaststellen of en in hoeverre de kosten volgens art. 1019h Rv voor vergoeding in aanmerking komen niet ook zelf onder het toepassingsbereik van dat artikel, omdat het dan niet meer gaat om kosten verband houdend met (een verweer tegen) de handhaving van een IE-recht77. In mijn recente al aangehaalde conclusie vóór het tussenarrest in de Anne Frank Fonds/Anne Frank Stichting-zaak78, heb ik het standpunt ingenomen dat die rechtspraak in een geval als dit ook opgaat, zodat bij de door partijen gevorderde bedragen voor de cassatieprocedure dient te worden vastgesteld welk deel betrekking heeft op het auteursrechtelijke deel en welk deel op de 1019h-proceskostenclaims in hoger beroep. Partijen hebben dit zelf niet gedaan, maar de Hoge Raad kan dat ambtshalve schatten79. Dat zou, indien dit standpunt gevolgd zou worden, ook in deze zaak kunnen gebeuren, bijvoorbeeld door voor twee derde deel (per onderdeel van het cassatiemiddel bezien, alleen onderdeel 3 gaat over de kosten) of vier vijfde deel (op basis van het aantal klachten: twee van de tien gaan over de art. 1019h Rv-aanspraken in appel) de kostenveroordeling volgens art. 1019h Rv toe te passen en voor het resterende deel het gebruikelijke liquidatietarief volgens art. 237 Rv.

 

Conclusie AG: ECLI:NL:PHR:2026:186

 

Eerder:
Hof IEPT20241119 

KG IEPT20230927 

Eerste Aanleg IEPT20230125