Van Peursem concludeert tot afwijzing van cassatie HP inzake thuiskopieheffing

Print this page 05-10-2018
B915513
(Met dank aan Tobias Cohen Jehoram en Gertjan Harryvan, De Brauw Blackstone Westbroek)

Conclusie van van Peursem inzake de cassatie tegen het arrest van het Hof Den Haag van 23 mei 2018 (IEPT20170523). De procedure betreft een geschil waarin HP, Dell Imation en Fair beogen de voor Nederland vastgestelde thuiskopievergoedingsregeling die is uitgewerkt in een aantal AMvB’s onverbindend verklaard te krijgen wegens strijd met de Auteursrechtrichtlijn en het willekeurverbod. Volgens de kernklacht van HP c.s. volgt uit rechtspraak van het HvJEU dat de "billijke compensatie" uit art. 5 lid 2 onder b uit de Richtlijn alleen ziet op thuiskopieën die ten koste gaan van de verkoop van een origineel.

 

Van Peursem concludeert tot afwijzing van het cassatieberoep. Van Peursem overweegt dat uit de rechtspraak van het Hof (IEPT20160922) blijkt dat reeds sprake is van nadeel dat voor thuiskopievergoeding in aanmerking komt als er zonder toestemming van de rechthebbende privé wordt gekopieerd. Daarnaast overweegt van Peursem dat het Hof heeft bepaald (IEPT20130711) (IEPT20160421) (IEPT20160922) dat de lidstaten een grote mate van vrijheid hebben om vorm, modaliteiten en niveau van de billijke compensatie te bepalen en dat zij daarbij ook een ruime beoordelingsmarge hebben. Daar de bedragen richtlijncomform zijn, kan volgens van Peursem niet worden gezegd dat de staat niet in redelijkheid tot die bedragen had kunnen komen. Daarbij wordt gewezen op de hoge lat voor het aannemen van het willekeursverbod.

 

Lees de volledige conclusie hier.