Artikel 11
Print this page
1. Wanneer het Bureau tijdens het onderzoek van de gronden voor niet-inschrijving vaststelt dat, overeenkomstig artikel 47 van Verordening (EG) nr. 6/2002, het model waarvoor bescherming wordt gevraagd niet met de in artikel 3, punt 1), van die verordening gegeven omschrijving van het model overeenstemt of strijdig is met de openbare orde of de goede zeden, deelt het de aanvrager mee, dat het model niet kan worden ingeschreven onder opgave van de gronden voor de niet-inschrijving.
2. Het Bureau bepaalt de termijn waarbinnen de aanvrager zijn opmerkingen kan indienen, zijn aanvrage kan intrekken of deze kan wijzigen door een gewijzigde afbeelding van het model in te dienen, mits de identiteit van het model behouden blijft.
3. Indien de aanvrager de gronden voor de niet-inschrijving niet binnen de gestelde termijn verhelpt, wijst het Bureau de aanvrage af. Indien die gronden slechts op sommige modellen van een meervoudige aanvrage betrekking hebben, wijst het Bureau de aanvrage alleen met betrekking tot die modellen af.