Projectontwikkelaar Hyde Park kan zich niet op grond van handelsnaam verzetten tegen gebruik van namen als Hyde Park Hotel

Print this page 05-09-2019
IEPT20190723, Rb Noord-Holland, Hyde Park v HPH

Projectontwikkelaar Hyde park kan zich niet op grond van handelsnaam verzetten tegen gebruik van namen als Hyde Park Hotel: regel uit Artiestenverloning-arrest (IEPT20151211) - waar in kader van domeinnaam is geoordeeld dat gebruik beschrijvende aanduidingen zelfs bij verwarring alleen onrechtmatig is indien bijkomende omstandigheden dat meebrengen - toegepast op handelsnamen ondanks prejudiciële vragen hierover, door eiser als projectontwikkelaar bedachte aanduiding ‘Hyde Park’ beschrijvend geworden voor de locatie waar zowel Hyde Park en HPH hun diensten aanbieden.  Geen sprake van bijkomende omstandigheden die gebruik aanduiding Hyde Park onrechtmatig maken: voldoende afstand genomen in wijze van aanprijzing, onvoldoende onderbouwd dat Hyde Park in negatief daglicht komt door onbetaalde facturen. Handelsnaam en logo HPH maken geen inbreuk ex artikel 2.20 lid 2 sub b BVIE op woord/beeldmerken Hyde Park: logo’s zijn qua kleurstelling en vormgeving alsmede wat betreft de gebruikte lettertypes volledig anders.

 

HANDELSNAAMRECHT - ONRECHTMATIGE DAAD - MERKENRECHT 

 

Eiser Hyde Park houdt zich bezig met de herontwikkeling van de kantorenlocatie Beukenhorst-West in Hoofddorp tot een modern stedelijk woon-werkgebied met 3.000 tot 4.000 woningen onder de naam Hyde Park. HPH is gevestigd in het gebied waar ‘Hyde Park’ moet komen. Zij gebruikt handelsnamen/ aanduidingen als Hyde Park Residence’, ‘Hyde Park Serviced apartments’ en ‘Hyde Park Business Suites’. Daarnaast gebruikt zij de domeinnamen hydeparkhotel.nl en hydeparkresidence.nl. Hyde Park stelt dat HPH hiermee inbreuk maakt op haar handelsnaam en haar Benelux woord/beeldmerken. Ook zou sprake zijn van onrechtmatig handelen. HPH stelt dat het logisch is dat je in een stadswijk die Hyde Park heet, ook namen als Hyde Park Hotel of Hyde Park Residence krijgt.

 

In het Artiestenverloning-arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het in beginsel voor een ieder mogelijk moet zijn zich van een aanduiding te bedienen die beschrijvend is voor zijn diensten of producten en dat het gebruik van een dergelijke aanduiding - ook als dit gevaar voor verwarring veroorzaakt - alleen onrechtmatig is indien bijkomende omstandigheden dat meebrengen. Dit arrest ging over een domeinnaam en niet een handelsnaam gaat. De voorzieningenrechter ziet echter - gezien de aard van het onderhavige geding - geen aanleiding om te wachten op de beantwoording van de door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in verband hiermee aan de Hoge Raad gestelde prejudiciële vragen (IEPT20190614) maar sluit zich aan bij het in Parfumswinkel-arrest (IEPT20170919) door het Gerechtshof Den Haag ingenomen standpunt inhoudende dat de regel uit het Artiestenverloning-arrest ook moet worden toegepast bij de beoordeling van een gestelde handelsnaaminbreuk.

 

Vervolgens oordeelt de voorzieningenrechter dat voldoende aannemelijk is geworden dat de door Hyde Park aan de nieuw te bouwen stadswijk gegeven naam ‘Hyde Park’ inmiddels algemeen wordt gebruikt om de wijk aan te duiden in berichtgeving van zowel de gemeente als de project-ontwikkelaar en dat deze dientengevolge ook in andere berichtgeving wordt overgenomen. Daarmee is de aanduiding ‘Hyde Park’ beschrijvend geworden voor de locatie, waar zowel Hyde Park en HPH hun diensten aanbieden. Het is in het algemeen belang dat beschrijvende woorden, zoals de aard van de desbetreffende onderneming of zoals in dit geval een geografische aanduiding (de naam van een stad, plaats, buurt of stadswijk), niet (kunnen) worden gemonopoliseerd. In beginsel staat het dan ook eenieder vrij woorden die beschrijvend zijn voor zijn of haar diensten, in het maatschappelijk verkeer als zodanig te gebruiken. Aan het voorgaande kan niet afdoen dat Hyde Park als projectontwikkelaar die naam heeft bedacht, zo oordeelt de voorzieningenrechter. Ook is geen sprake van bijkomende omstandigheden die het gebruik van de aanduiding Hyde Park onrechtmatig maken.

 

Van inbreuk op enkele door Hyde Park ingeschreven woord/beeldmerken is evenmin sprake. Dit omdat de logo’s qua kleurstelling en vormgeving alsmede wat betreft de gebruikte lettertypes volledig anders zijn. Van belang hierbij is dat aan het element ‘Hyde Park’ weinig onderscheidend vermogen wordt toegekend, nu dit in casu beschrijvend is voor de (nieuw te realiseren) stadswijk waarin beide partijen hun activiteiten ontplooien.

 

Gelet op het bovenstaande worden de vorderingen afgewezen en wordt Hyde Park als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Enige minpuntje voor PHP: omdat zij geen veroordeling van Hyde Park in de volledige proceskosten heeft gevorderd op voet van artikel 1019h, worden de kosten aan de zijde van HPH begroot volgens liquidatietarief.

 

IEPT20190723, Rb Noord-Holland, Hyde Park v HPH

 

ECLI:NL:RBNHO:2019:6769