Ontwerper grotendeels in het ongelijk gesteld in geschil met partijen aan wie hij enkele merken heeft overgedragen

20-08-2020 Print this page
IEPT20191112, Hof Amsterdam, Otazu

Niet gebleken van kwade trouw bij merkregistraties: partijen zijn het erover eens dat hun afspraken mede zo moeten worden gelezen dat de koper RO3 die alsnog zou deponeren, aan de omstandigheid dat niet RO3 zelf maar een gelieerde vennootschap die depots heeft verricht komt geen betekenis toe voor de vraag of sprake is van kwade trouw, depot doet geen afbreuk aan het recht van [X] om die naam in privé en in het openbaar te voeren om zijn persoon aan te duiden. Terecht geoordeeld dat [X] in dienst was bij RO3 zodat ingevolge artikel 7 Aw de auteursrechten op de toen door hem ontworpen sieraden, accessoires en tassen bij RO3 berusten: de tussen partijen gesloten overeenkomst is – mede - een arbeidsovereenkomst nu sprake van het verrichten van betaalde werkzaamheden en van een gezagsverhouding. Wel inbreuk op auteursrecht van [X] door gebruik van zijn foto’s: arbeidsovereenkomst zag niet op het maken van deze foto’s. Geen auteursrecht op logo: triviale schrijfwijze - gebruikelijk lettertype met enigszins uitgerekte letters -  van het woord […]. Geen slaafse nabootsing door gebruikt van sieraden die qua stijl overeenkomen met de ontwerpen van [X]: stijl niet beschermd. [X] mag het teken […] niet gebruiken voor zijn sieradenlijn: meest onderscheidende element van het teken  is gelijk aan het merk en het teken wordt gevoerd voor dezelfde waren, dat [X] het teken als zijn persoonsnaam beschouwt doet hier niet aan af. Afgebeelde logo maakt geen inbreuk: weliswaar vallen daarin bij zorgvuldige analyse de letters A, O, T, U en Z te ontwaren, maar die springen niet in het oog.

 

MERKENRECHT - AUTEURSRECHT - SLAAFSE NABOOTSING

 

Geschil tussen een ontwerper van sieraden [X] en partijen aan wie hij een aantal merken heeft verkocht  toen zijn onderneming in financiële problemen raakte. Deze merken betreffen onder meer (verwijzingen naar) zijn (artiesten)naam. Tussen partijen is een geschil ontstaan dat heeft geleid tot een bodemvonnis (IEPT20170308).

 

In het onderhavige arrest van 12 november 2019, dat pas vorige maand werd gepubliceerd oordeelt het hof onder meer dat niet is gebleken van kwade trouw bij de registratie van enkele merken. Partijen zijn het erover eens dat hun afspraken mede zo moeten worden gelezen dat de koper RO3 die zou deponeren.  Aan de omstandigheid dat niet RO3 zelf maar een gelieerde vennootschap die depots heeft verricht komt geen betekenis toe voor de vraag of sprake is van kwade trouw. Het depot doet bovendien geen afbreuk aan het recht van [X] om de naam in privé en in het openbaar te voeren om zijn persoon aan te duiden.

 

Volgens het hof is door de rechtbank terecht geoordeeld dat [X] in dienst was bij RO3 zodat ingevolge artikel 7 Aw de auteursrechten op de toen door hem ontworpen sieraden, accessoires en tassen bij RO3 berusten. De tussen partijen gesloten overeenkomst is – mede - een arbeidsovereenkomst nu sprake van het verrichten van betaalde werkzaamheden en van een gezagsverhouding. Wel is sprake van inbreuk op het auteursrecht op foto’s van [X]  nu de arbeidsovereenkomst niet zag op het maken van deze foto’s.

 

Volgens het hof is geen sprake van slaafse nabootsing door het produceren van sieraden die qua stijl overeenkomen met de ontwerpen van [X] nu een stijl niet wordt beschermd. [X] mag het teken OTAZU bovendien niet gebruiken voor zijn sieradenlijn. Het meest onderscheidende element van het teken  is  namelijk gelijk aan het merk en het teken wordt gevoerd voor dezelfde waren. Dat [X] het teken als zijn persoonsnaam beschouwt doet hier niet aan af. Het afgebeelde logo maakt echter geen inbreuk. Weliswaar vallen daarin bij zorgvuldige analyse de letters A, O, T, U en Z te ontwaren, maar die springen niet in het oog, zo oordeelt het hof.

 

IEPT20191112, Hof Amsterdam, Otazu

 

ECLI:NL:GHAMS:2019:4060