Geen spoedeisend belang bij handhaving inzageveroordeling voor de toekomst

18-02-2026 Print this page
IEPT20260210, Hof Den Haag, B. Futurist v Sisley
(Met dank aan Diederik Stols en Shaharzaad Said, Boekx)

Geen spoedeisend belang.  Sisley heeft geen (spoedeisend) belang meer bij handhaving van het door de voorzieningenrechter toegewezen inbreukverbod, aangezien de bodemrechter inmiddels een precies gelijkluidend verbod heeft toegewezen en uitvoerbaar bij voorraad heeft verklaard. Sisley heeft evenmin (spoedeisend) belang bij handhaving van de door de voorzieningenrechter toegewezen inzageveroordeling omdat aan die veroordeling reeds uitvoering was gegeven en niet viel in te zien welke stukken op grond daarvan nog meer konden worden verlangd. Afstemmingsregel brengt mee dat kortgedingrechter zich in beginsel richt naar bodemvonnis.  Slechts indien het bodemvonnis klaarblijkelijk op een misslag berust en de zaak dermate spoedeisend is dat de beslissing op het ingestelde rechtsmiddel niet kan worden afgewacht, kan van dit uitgangspunt worden afgeweken. Een en ander geldt ook in hoger beroep. Het hof is daarom gebonden aan het oordeel van de bodemrechter over merkinbreuk en uitputting en gaat voorbij aan de door B. Futurist gestelde misslagen. 

 

MERKENRECHT - EXHIBITIE BEWIJSMATERIAAL
 

Sisley is producent van luxe cosmetica en verkoopt haar producten via een selectief distributiestelsel onder de geregistreerde Unie- en Beneluxmerken SISLEY. B. Futurist heeft aan een grote groep potentiële afnemers in de EER producten aangeboden via massa-aanbieding voor Emulsion Ecologique.


Sisley heeft eerst in een bodemzaak IEPT20250604 een merkenrechtelijk inbreukverbod met nevenvorderingen ingesteld tegen B. Futurist, en later in dit kort geding een inbreukverbod en een inzagevordering. De voorzieningenrechter heeft in het hier bestreden kortgedingvonnis IEPT20241224 beide vorderingen toegewezen, en hangende het onderhavige hoger beroep tegen dit kortgedingvonnis heeft de bodemrechter vervolgens een gelijkluidend inbreukverbod toegewezen, met nevenveroordelingen.


Als de voorzieningenrechter in kort geding een vordering heeft toegewezen en het hoger beroep zich (mede) richt tegen die veroordeling, moet de rechter in hoger beroep ambtshalve beoordelen of ten tijde van de beslissing in hoger beroep bij de toegewezen vordering nog spoedeisend belang bestaat.


Geen spoedeisend belang bij handhaving veroordeling eerste aanleg

Sisley heeft op dit moment geen (spoedeisend) belang meer bij handhaving van het door de voorzieningenrechter toegewezen inbreukverbod, aangezien de bodemrechter inmiddels een precies gelijkluidend verbod heeft toegewezen en uitvoerbaar bij voorraad heeft verklaard.

Afstemmingsregel

De voorzieningenrechter die op een vordering in kort geding moet beslissen - nadat de bodemrechter reeds een vonnis in de bodemzaak heeft gewezen - moet in beginsel zijn uitspraak afstemmen op het bodemvonnis, ongeacht of die beslissingen in de overwegingen of in het dictum van het bodemvonnis staan.


Inbreuk en uitputting
Het hof is daarom in beginsel gebonden aan het oordeel van de rechtbank in het bodemvonnis met betrekking tot inbreuk en uitputting, zodat het voorbij moet gaan aan de grief en het verweer in hoger beroep van B. Futurist.


Inzagevordering
Het hof verwerpt de bezwaren van B. Futurist tegen het spoedeisend belang van Sisley bij inzage. Sisley had belang om te controleren of elders ongeoorloofde voorraad was en of andere partijen betrokken waren. Het hof oordeelt dat het instellen van een bodemprocedure dit spoedeisend belang niet wegneemt en dat inzage ook hangende een bodemprocedure geoorloofd is om de bewijspositie te versterken. De bezwaren over fishing expedition, rechtsbetrekking en bescherming van vertrouwelijke gegevens slagen niet; de inzageveroordeling blijft in stand.


Het hof wijst voor de toekomst de handhaving af van de door de voorzieningenrechter toegewezen veroordelingen, omdat Sisley daar op dit moment geen (spoedeisend) belang meer bij heeft: de bodemrechter heeft een identiek inbreukverbod uitgesproken en de inzageveroordeling is uitgewerkt. Het hof heeft met het oog op de proceskostenveroordeling in eerste aanleg de grieven van B. Futurist beoordeeld en komt tot de slotsom dat die proceskostenveroordeling in stand moet blijven.

 

IEPT20260210, Hof Den Haag, B. Futurist v Sisley
ECLI:NL:GHDHA:2026:128