HR: 81 RO voor de "impliciete licentie als Unierechtelijk niet-toegestane beperking van softwareauteursrechten"
30-04-2026 Print this pageGeschil over omvang van overdracht van auteursrecht op software en bevoegdheid tot verrichten van exploitatiehandelingen van verkoper tevens licentienemer. Hoge Raad oordeelt dat de klacht niet tot cassatie kan leiden op de gronden uiteengezet in de conclusie AG (B9 16873). En doet de zaak af via 81 RO.
Onderdeel 1.5 van het middel klaagt over schending van het Unierecht, in het bijzonder art. 5 lid 5 Auteursrechtrichtlijn1. Deze klacht kan niet tot cassatie leiden op de gronden, uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.32 en 3.34.
3.32 Het vervolg van de klacht dat het hof zou hebben miskend dat het hier een zakelijke transactie betrof tussen professionele partijen, kan ik moeilijk plaatsen. In rov. 5.4-5.7 oordeelt het hof (ook blijkens het kopje boven deze passages) over de omvang van de auteursrechtoverdracht op de software van Workrate aan Payingit c.s. door de betreffende overeenkomsten volgens de Haviltex-maatstaf uit te leggen. Dat mondt in rov. 5.7 uit in de ‘conclusie […] dat aan PayingIP op grond van de Koopovereenkomst, uitgelegd aan de hand van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en redelijkerwijs mochten verwachten, de rechten op de broncode als gespecificeerd in de zes mappen in het [betrokkene 4] -document zijn verkocht en geleverd.’ Blijkens de daaropvolgende laatste zin van rov. 5.7 is hier volgens het hof geen ruimte voor een restrictieve uitleg van de overdracht ten gunste van de natuurlijke maker volgens art. 2 lid 5 Aw25, kort gezegd omdat het hier een business-to-business transactie betreft. In rov. 5.8-5.19 oordeelt het hof over het ‘Gebruiksrecht voor gemeenschappelijke onderdelen van de broncode’ blijkens het kopje daarboven. Dat het hof in die exercitie er aldus de klacht ‘kennelijk’ niet van zou zijn uitgegaan dat het hier een ‘B-2-B transactie’ zou betreffen, zoals de klacht aanvoert, blijkt nergens uit; in zoverre mist de klacht feitelijke grondslag. Het gaat voor zover hier relevant om uitleg van de omvang van door zakelijke partijen vrijwillig (contractsvrijheid) aangegane overeenkomsten van overdracht en licentiëring van software. Dat hierin contractueel, dus vrijwillig ‘beperkingen’ worden overeengekomen, staat los van het Unierechtelijke gesloten stelsel van beperkingen waar Payingit c.s. de nadruk op wil leggen. Dat het hof ‘Haviltexend’ enerzijds tot een ruime auteursrechtoverdracht komt (rechten op de broncode gespecificeerd in de zes mappen van het [betrokkene 4] -document) en anderzijds een leemte constateert in de contactuele relatie tussen de onderwerpelijke zakelijke partijen, die het in redelijkheid aanvult in de vorm van een (impliciet) contractueel gebruiksrecht van Workrate dat Payingit c.s. moet dulden, maakt niet dat hier het terrein van contractsuitleg wordt verlaten: Leitmotiv blijft hoe de omvang van de auteursrechtoverdracht en (terug)licentiëring die deze zakelijke partijen zijn overeengekomen moet worden begrepen.
3.33
Het slot van de klacht over rov. 5.15 refereert aan wat naar voren is gebracht bij grieven onder 147-156, 162-166 en 167-171. Alleen hetgeen ik hierna daaruit citeer, lijkt mij ter zake dienend voor deze klacht26:‘149. De rechtbank formuleert in het Bodemvonnis echter een omvangrijke beperking op de auteursrechten van Payingit. Payingit kan niet langer haar exclusieve verbodsrecht inzetten jegens Workrate en haar klanten. Payingit dient op grond van het Bodemvonnis een omvangrijk gebruiksrecht van Workrate en haar klanten te accepteren, zonder dat Payingit daarvoor enige vergoeding ontvangt.
150. Een dergelijke verstrekkende beperking op de auteursrechten van Payingit is in strijd met de Auteursrechtrichtlijn (2001/29/EG, “ARl”).
151. De ARl bevat een gesloten systeem van beperkingen. Dit betekent dat de richtlijn een limitatieve opsomming geeft van de beperkingen die lidstaten in hun nationale rechtssystemen mogen implementeren. Lidstaten mogen geen andere beperkingen op het auteursrecht invoeren, dan de lijst met beperkingen die is opgenomen in artikel 5 ARl. Dit artikel bevat onder andere de mogelijkheid om een beperking in het leven te roepen voor tijdelijke reproducties, het gebruik van citaten of het gebruik van materialen voor het onderwijs of in de pers.
152. Daarnaast dienen de beperkingen op grond van de ARl te voldoen aan de zogenaamde driestappentoets. Op grond van de driestappentoets mogen beperkingen op het auteursrecht alleen worden toegepast als aan de volgende cumulatieve vereisten is voldaan:
1. Er is sprake van een bepaald bijzonder geval;
2. De beperking doet geen afbreuk aan de normale exploitatie van het werk;
3. De wettige belangen van de auteursrechthebbende worden niet op ongerechtvaardigde wijze geschaad.
153. De beperking die de rechtbank formuleert in het Bodemvonnis is niet opgenomen in de limitatieve lijst met beperkingen in artikel 5 ARl. Alleen al om die reden kan de beperking niet in stand blijven. Daar komt bij dat de beperking ook in strijd is met de driestappentoets.
154. Naar verwachting zal in dit geval sprake zijn van een “bepaald” of “bijzonder” geval (stap 1), echter doet de beperking afbreuk aan de normale exploitatie van de Usemate software (stap 2) en schaadt het de gerechtvaardigde belangen van Payingit (stap 3).
155. Payingit hanteert een bedrijfsmodel waarbij zij een maandelijkse vergoeding vraagt aan haar klanten voor het gebruik van de Usemate software. Voor iedere medewerker van een klant die toegang heeft tot de Usemate software, dient de klant een bedrag van € 4,95 te betalen. Deze licentie inkomsten loopt Payingit mis, doordat Workrate gratis gebruik mag maken van onderdelen van de Usemate software. Sterker nog, Workrate mag deze software op basis van de gebruikslicentie die de rechtbank heeft geformuleerd voor eigen gewin exploiteren bij haar klanten en hier de opbrengst voor opstrijken. Payingit ontvangt geen enkele vergoeding hiervoor. Voor zover bekend wordt de software door tientallen klanten, honderden leveranciers (van klanten) en duizenden gebruikers in heel Europa gebruikt. De misgelopen licentie inkomsten van Payingit zijn als gevolg daarvan enorm. Er bestaat geen twijfel over dat dit afbreuk doet aan de normale exploitatie van de Usemate software.
156. De enorme misgelopen licentie inkomsten hebben ook tot gevolg dat de belangen van Payingit op ongerechtvaardigde wijze worden geschaad. In 2016 heeft Payingit software gekocht en een ruime vergoeding aan Workrate betaald. Payingit heeft hiervoor een lening moeten afsluiten met hoofdelijke aansprakelijkheid voor de bestuurders en liep alle risico’s bij de verdere opbouw van het bedrijf. Vervolgens heeft Payingit jaren geïnvesteerd in haar bedrijf en de Usemate software en heeft zij een winstgevende onderneming kunnen opbouwen. Dit alles deed Payingit in de veronderstelling dat zij volledig rechthebbende was ten aanzien van de software waarin zij investeert en die zij exploiteert.’3.34
De klacht houdt in dat het hof in rov. 5.15 ten onrechte heeft geoordeeld, anders dan Payingit c.s. hebben bepleit, dat het door uitleg bepaalde (impliciete) contractuele gebruiksrecht van Workrate niet een ontoelaatbare Unierechtelijke beperking op de auteursrechten van PayingIP is. Uit rov. 5.15 blijkt dat het hof het hiervoor geciteerde betoog uit de grieven heeft verworpen. Het hof verwijst daar immers naar de driestappentoets van art. 5 lid 5 ARl die bepaalt onder welke voorwaarden beperkingen op het auteursrecht toelaatbaar zijn27. Het hof passeert dit, omdat het ‘eraan voorbij[ziet] dat de driestappentoets geen rol speelt bij de uitleg van een tussen twee partijen overeengekomen (impliciet) gebruiksrecht’. Volgens het hof gaat het hier niet om een ‘beperking’ als bedoeld door Payingit c.s., maar om wat partijen volgens de Haviltex-maatstaf zijn overeengekomen, als door het hof aangevuld op grond van de redelijkheid. Dat is geen ‘beperking’ op het auteursrecht van PayingIT, maar een modaliteit van de door haar verleende licentie aan Workrate en dat is iets heel anders. Daardoor is het hof ook niet toegekomen aan de vraag of op basis van het relevante Unierechtelijke auteursrechtelijke kader al dan niet sprake was van een geoorloofde beperking. Payingit c.s. voert in cassatie (nota bene) zelf aan dat ‘Workrate zou kunnen betogen dat het in casu niet gaat om een beperking op de exclusieve rechten van PayingIP, maar om een vorm van toestemming die Payingit c.s. zou hebben gegeven’28. Dat is precies wat Workrate – m.i. terecht, gelet op de besproken hofaanpak hier – heeft betoogd29. Payingit c.s. heeft zich vervolgens op het standpunt gesteld dat ook in die situatie geldt dat het hof het Unierechtelijke auteursrechtelijke kader heeft miskend30. Dat gaat echter de portee van de klacht over rov. 5.15 (ver) te buiten. Payingit c.s. heeft nog geprobeerd hier een mouw aan te passen door te betogen dat deze klacht moet worden gelezen in samenhang met de daaraan voorafgaande klachten, en dan met name subonderdeel 1.3 onder c (besproken in 3.17-3.21)31. Een klacht met de strekking dat het hof bij zijn Haviltex-oordeel (uitleg en aanvulling naar redelijkheid) het Unierechtelijke auteursrechtelijke kader heeft miskend, ligt volgens mij niet besloten in het cassatiemiddel – ook niet als de klachten van dit onderdeel in onderlinge samenhang worden bezien. In gelijke zin Workrate en zij heeft in cassatie ook geen uitbreiding van de rechtsstrijd buiten de voor haar uit het cassatiemiddel kenbare klachten aanvaard32. Ik meen dan ook dat het bij die stand van zaken niet opportuun is om nader in te gaan op wat het Payingit c.s. bij mondeling pleidooi en bij s.t. heeft aangevoerd over strijd met het Unierechtelijke auteursrechtelijke kader in verband met het ontbreken van voorafgaande toestemming van PayingIP, nu dat voor de bespreking van de klachten uit het cassatiemiddel niet van belang is. De klachten van het onderdeel vinden hierin hun Waterloo.
Hoge Raad verwerpt het beroep ex 81 RO.
IEPT20260417, HR, Payingit v Workrate
ECLI:NL:HR:2026:668
Hof Amsterdam IEPT20241119, Hof. Amsterdam Payingit v Workrate
KG IEPT20230927
Eerste Aanleg IEPT20230125