April 2024

Print this page

IEPT20240430, Rb Amsterdam, Vignette & Visa v Google

Keuze van Google om specifiek advertenties voor vignetdiensten te verbieden is gerechtvaardigd: doel van het beleid is om risico voor gebruikers op misleiding te verkleinen en reputatieschade voor Google te voorkomen. Of Vignette & Visa zichzelf ook schuldig maakt aan misleiding door hoge kosten in rekening te brengen is niet relevant. Google handelt met dit beleid niet in strijd met het mededingingsrecht: geen sprake van een ongelijke behandeling door Google. Geen sprake van horizontale of verticale verstoring van de concurrentie door het handelen van Google.

 

IEPT20230425, Rb Zeeland-West-Brabant, Cleanprofs v Bak-Kus
Cleanprofs en Bak-Kus zijn concurrende vuil- en afvalcontainerreinigers. Bak-Kus heeft vergelijkende reclame gemaakt door huis-aan-huis verkoop en directe vergelijking van service en prijzen gemaakt. Daarbij zijn onjuiste, misleidende uitingen gebruikt dat Cleanprofs niet in augustus en enkel de binnenkant reinigt. Technische details over sproeikoppen en watergebruik zijn geen redenen zijn voor klanten om over te stappen. Staking en rectificatie bevolen.

 

IEPT20240424, RvS, OCNL
Advies OCNL omtrent nietigheidsgronden octrooi geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb. De adviezen geen hebben rechtsgevolg, omdat de octrooien waarop de adviezen zien ook na afgifte van het advies van kracht blijven. Dit geldt ook als wordt geadviseerd tot nietigheid van de octrooien, zoals in dit geval is gebeurd. Het feit dat de verzoeker van het advies (RDW) door het uitbrengen van het advies ontvankelijk is in een vordering tot vernietiging van de betreffende octrooien, brengt op zichzelf nog geen verandering in de rechtspositie van eiser mee. De verandering in rechtspositie ontstaat namelijk pas nadat een uitspraak op een ingediende vordering is gedaan. 

 

IEPT20240424, Rb Den Haag, Hizlipara v Morpara

Beroep op ouder recht van plaatselijke betekenis ten tijde van aanvraag Uniemerk slaagt: Morpara heeft rechtscheppend (voorbereidend) gebruik gemaakt van handelsnaam PayPorter en sinds naamwijziging van Morpara geen beroep op ouder recht, evenmin grond voor inbreukverbod. Geen onrechtmatige daad: Morpara heeft als zelfstandige onderneming (oudere) handelsnaamrechten verworven Verbodsvordering en vordering tot nietigheid Uniemerk Hizlipara in reconventie afgewezen: Sinds naamwijziging kan Morpara geen handelsnaamrechten met betrekking tot ‘PayPorter’ (meer) doen gelden. Geen sprake van merkdepot te kwader trouw door Hizlipara: Onvoldoende onderbouwd. Schadevergoeding Morpara toegewezen: ten aanzien van kosten gemaakt i.v.m. onrechtmatige executie kortgedingvonnis (IEPT20220210).

 

IEPT20240424, Rb Overijssel, Agrarisch adviesbureau

Voormalig vennoot [partij B] heeft concurrentie- en relatiebeding geschonden: [partij B] heeft VOF-akte geschonden door vóór 1 januari 2023 eigen onderneming ([bedrijf 1]) op te richten, die vergelijkbaar is aan [partij A 1]. [partij B] heeft ter zitting erkend dat hij bewust in strijd heeft gehandeld met relatiebeding. [partij B] maakt met naam [bedrijf 1] inbreuk op handelsnaamrecht [partij A 1]: oude handelsnaam ‘[partij A 1]’ van advieskantoor [partij A 1] is met instemming van alle vennoten ingebracht in en onderdeel geworden van [partij A 1]. Uitzondering van art. 3 lid 3 Hnw van toepassing met betrekking tot gebruik eigen naam [partij B], vennootschap heeft naam uit inbreng van [partij B] verkregen. Wel degelijk sprake van verwarringsgevaar. Tevens inbreuk op merkenrecht (sub b-grond): merk ‘[partij A 1]’ niet te kwader trouw gedeponeerd. Verder geen verweer gevoerd. Verklaring voor recht, verbod tot gebruik naam ‘[partij B]’ en schadevergoeding toegewezen. Reconventionele vordering tot staking gebruik naam [partij B] door [partij A] deels toegewezen: gebod beperkt tot e-mailadres en volledige naam ‘[partij B]’ op website [partij A 1].

 

IEPT20240424, Rb Midden-Nederland, Meerwerk aannemer

Geen onrechtmatig handelen door gedaagde in reportage Radar: gedaagde heeft de redactie volledig geïnformeerd. Uitspraken gedaagde waarin hij volgens eiser de meerwerkprijs opklopt en aangeeft dat de schilders bewust op zoek waren naar meerwerk, niet onrechtmatig: gedaagde rondde de prijzen af  en uit de feiten volgt dat gedaagde mocht menen dat de schilders op zoek waren naar meerwerk.

 

IEPT20240423, Hof Amsterdam, NRC v Knops

NRC handelt in eerste en tweede serie publicaties rechtmatig: beschuldigingen van zowel bevoordeling van [geïntimeerde] als de omvang daarvan van enkele tienduizenden euro’s vinden voldoende steun in het feitenmateriaal. Vrijheid van meningsuiting van NRC weegt zwaarder in de belangenafweging. 

 

IEPT20240423, Rb Amsterdam, Evers v Van der Linden

In conventie sprake van onnodig grievende uitlatingen: nauwelijks onderbouwde feitelijkheden aangevuld met onsmakelijk verwoorde waardeoordelen en niet gerechtvaardigd door bijdrage publiek debat. In reconventie ook sprake van onrechtmatige uitlatingen: ingrijpend in privésfeer wegens medische aard en argumenten [eiser] zijn speculatief. 

 

IEPT20240423, BenGH, Littooij & Nielson Music v Mister Nielson

Verweerder wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn (incidentele) beroep: Dat in de Benelux-landen incidenteel beroep buiten de beroepstermijn mogelijk is, is een onvoldoende reden om incidenteel beroep buiten de beroepstermijn toe te laten. Aanvraag inschrijving voor Benelux-woordmerk NIELSON te kwader trouw: Wegens het succes van Nielson (Littooij) op het moment van het depot, de wetenschap van het gebruik van Nielson door Littooij en de omstandigheid dat verweerder niet voornemens was het merk Nielson te gebruiken, maar enkel (DJ) Mister Nielson en dat het merk in klasse 41 voor identieke diensten voor Littooij heeft geregistreerd.

 

IEPT20240418, Rb Limburg, Arriba v Mercurex

Geen sprake van spoedeisend belang: Mercurex heeft op de dag van de sommatie inbreukmakende content verwijderd. Onvoldoende aannemelijk dat sprake is van schadevergoedingsplicht: Arriba heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij in haar financiële belangen is geschaad door de publicaties van Mercurex.

 

IEPT20240416, Hof Den Haag, Galenicum v Insud

WO 530 vormt, in tegenstelling tot grief Galenicum, de meest nabije stand van de techniek: direct en ondubbelzinnig geopenbaard dat HCl-sitagliptine geformuleerd kan worden in een tablet. WO 530 en EP 187 hebben hetzelfde doel en effect en zien beide op een industrieel vervaardigbaar tablet. EP 187 mist inventiviteit: aan verschilsmaatregel kan geen technisch effect worden verbonden en vervaardiging tablet door droge granulatie kent geen inventieve werkzaamheid. Ook hulpverzoek niet inventief: gemiddelde vakman zou op combinatie CDP/MCC als vulmiddel zijn gekomen. Het hof bekrachtigd het vonnis van de rechtbank. 

 

IEPT20240412, Rb Amsterdam, Architect v Westinvest

Eisers kunnen niet als houders van exploitatie- en persoonlijkheidsrechten worden aangemerkt, vorderingen afgewezen: inmiddels ontbonden rechtspersoon [bedrijf] kan op grond van art. 7 en 8 Aw worden aangemerkt als maker. Niet is gebleken van aktes van overdracht waarin exploitatierechten zijn overgedragen aan eisers. Beroep op persoonlijkheidsrechten heeft verder weinig kans van slagen: eigenaar heeft gerechtvaardigd belang om wijzigingen aan te brengen.

 

IEPT20240411, Rb Amsterdam, Antisemitistische publicaties

Executiegeschil. Verbod kantonrechter heeft geen specifieke voorwaarden: [gedaagde] hoeft geen hoofdonderwerp te zijn van een artikel. In lijn met het doel van het verbod zijnde [eiser] te laten stoppen met beschuldigingen van [gedaagde]. Artikel [eiser] is een overtreding op het verbod: geen sprake van evidente grap of satirische opmerking en openbaar gepubliceerde. Aantal verbeurde dwangsommen onnodig hoog opgelopen: na attenderen artikel direct verwijderd. [gedaagde] had zo spoedig mogelijk, doch binnen 7 dagen, geconstateerde overtreding en aanspraak op verbeurde dwangsommen kenbaar moeten maken. Vordering tot terugbetaling toewijsbaar voor een deel dat ten onrechte op uitkering [eiser] is ingehouden.

 

IEPT20240411, HvJEU, Citadines v MPLC

Onder een ‘mededeling aan het publiek’ in de zin van art. 3 lid 1 Auteursrechtrichtlijn 2001 valt: de beschikbaarstelling van televisietoestellen in de kamers of de fitnessruimte van een hotel, waarbij een signaal aan deze toestellen wordt doorgegeven via een eigen kabeldistributienetwerk.

 

IEPT20240410, Rb Den Haag, Motor Mania v Asian Gear

AGM maakt inbreuk op Model-04 en op auteursrechten ten aanzien van ontwerp model: AGM-scooters wekken bij de geïnformeerde gebruiker eenzelfde algemene indruk als Model-04. Motor Mania is gerechtigd Model-04 te handhaven: overdracht Model-04 van MM-Exclusief aan [naam 1] heeft niet gedurende faillissement van MM-Exclusief plaatsgevonden en is dus rechtsgeldig. Vorderingen Motor Mania grotendeels toegewezen: Motor Mania heeft voldoende belang bij toewijzing inbreukverbod. Gevorderde opgave en recall eveneens toegewezen. Vordering tot winstafdracht toegewezen voor zover zij betrekking heeft op de door AGM na 2 mei 2023 verhandeling van AGM-scooters genoten winst: vereiste van kwade trouw (art. 3.17 lid 4 BVIE) niet in strijd met art. 13 lid 2 Handhavingsrichtlijn en art. 45 lid 2 TRIPS-overeenkomst. Tot datum arrest Hof Den Haag (2 mei 2023) geen sprake kwade trouw. Na 2 mei 2023 wel sprake van kwade trouw. Tevens vordering tot schadevergoeding toegewezen, verwijzing naar schadestaatprocedure.

 

IEPT20240409, Hof Den Haag Monshoe v Puma
Hof: Gemeenschappelijke karakteristieken uit PUMA familie beeldmerken formstrip zijn afwezig bij het teken Monshoe. Het principaal hoger beroep tegen vonnis rechtbank (IEPT20220302) slaagt gedeeltelijk en het incidenteel hoger beroep faalt. Vordering Monshoe tot vervallenverklaring ook door het Hof afgewezen: Normaal gebruik genoegzaam toegelicht. Vordering Puma tot verbod op grond van merkinbreuk wijst het Hof i.t.t. de rechtbank af; De mate van overeenstemming tussen de beeldmerken en het gebruikte teken is te gering om te kunnen concluderen dat het relevante publiek verband zal leggen, geen verwarringsgevaar; Zelfs niet met de familie van verwante beeldmerken met dezelfde uitwaaierende basisvorm van de formstrip.

 

IEPT20240409, Hof Amsterdam, Dutch Solar Systems
Schending eer en goede naam van voormalig directeur/werknemer en ex-partner onder meer door het sturen van berichten aan de pers vergezeld van e-mails afkomstig uit door betrokkene op het werk aangehouden (zakelijke) e-mailaccounts en aldaar in kasten bewaarde gegevens. Verbod tot het doen van een aantal specifieke uitlatingen en het zichzelf of derden toegang te verschaffen tot de e-mailaccounts in de gegeven omstandigheden gerechtvaardigd te achten. Verhoogde dwangsommenmaximum tot €750.000.
 

IEPT20240409, Hof Arnhem-Leeuwarden, Gemeente Belang Kampen

[appellant3] en [appellant1] onrechtmatig gehandeld door content van website GBK te verwijderen: GBK is op grond van artikel 8 Aw auteursrechthebbende van de werken van de website. Sprake van auteursrechtinbreuk ten aanzien van verkiezingsprogramma: tekst, stijl, indeling en opmaak van verkiezingsprogramma GBK nagenoeg identiek overgenomen in verkiezingsprogramma Hart voor Kampen. Alleen [appellant1] heeft inbreuk gemaakt op het auteursrecht van GBK.

 

IEPT20240405, HR, Tinnus

Cassatieberoep verworpen (artikel 81(1) RO). Aanspraak op proceskostenvergoeding ex art. 1019h Rv: de zaak moet worden aangemerkt als een normale zaak in de zin van de Indicatietarieven.

 

IEPT20240405, Rb Den Haag, Meat Chips

Inbreuk op handelsnaam Meat & Chips: geen overname van handelsnaam en voldoende aannemelijk dat VOF oudste rechten heeft en verwarringwekkende gelijkenis niet bestreden. Inbreuk op beeldmerk: gebruikte logo stemt voldoende overeen met beeldmerk om verwarringsgevaar te kunnen aannemen. 

 

IEPT20240405, Rb Den Haag, Wijnenwereld.nl v Wijnwereld.online

Onvoldoende aannemelijk dat ‘Wijnenwereld’ als handelsnaamgebruik kwalificeert: niet gebleken dat eisende partij onder die naam haar onderneming drijft. Onvoldoende aannemelijk dat ‘Wijnwereld’ als handelsnaamgebruik kwalificeert: abusievelijke vermeldingen die inmiddels zijn gestaakt. Geen inbreuk op handelsnaam ‘wijnenwereld.nl’ door gebruik naam ‘wijnwereld.online’: niet in geschil dat sprake is van behoorlijke mate van overeenstemming, daarnaast in hoge mate beschrijvend met een (zeer) beperkte beschermingsomvang zodat geen sprake is van verwarringsgevaar.  
 

 

IEPT20240403, Rb Overijssel, UGO c.s. v Versio, Realtime Register, Twitter NL, TIC, Facebook NL en Meta

Nederlandse rechter onbevoegd wat betreft vorderingen tegen TIC en Meta ex artt. 7 sub 2 en 8 sub 1 Brussel I bis-Vo: [eisers c.s.] heeft haar centrum van belangen niet in Nederland en Versio, Realtime Register, Facebook NL en Twitter NL zijn geen ankergedaagden. Versio alles gedaan wat in haar macht lag en mocht worden verwacht om publicatie te stoppen: na eerste melding direct actie ondernomen en de website in 2022 al offline gehaald. Twitter NL beheert en controleert de Twitter-dienst niet: gemotiveerd verweer dat Twitter NL geen verantwoordelijkheid draagt niet weersproken. Ook Facebook NL beheert, controleert of host geen inhoud beschikbaar op Facebook: niet weersproken dat Facebook NL op geen enkele manier betrokken is bij de gewraakte uitlatingen. 

 

IEPT20240403, Rb Den Haag, High Point v KPN
Beperkte B3-versie wordt alsnog getroffen door nietigheidsbezwaar van toegevoegde materie. De uitspraken over de B1-versie zijn in kracht van gewijsde: De afwijzing van de vorderingen in de inbreukzaak door de rechtbank in het vonnis 2010 (IEPT20100915), is een zuivere afwijzing op materiele gronden en geen ‘oneigenlijke’ (en geen niet-ontvankelijkverklaring). Rechtbank gebonden aan tekst B3-versie voor zover de tekst van het octrooi niet is gewijzigd, en er over een dergelijke niet gewijzigde maatregel al een eindbeslissing is gegeven in het vonnis 2010; Sprake van hetzelfde octrooi, zij het dat de beschermingsomvang daarvan is ingeperkt met de centrale beperking; Gezag van gewijsde van het vonnis 2010 strekt zich in principe uit tot alle dragende eindbeslissingen in die zaken. De centraal beperkte versie wordt getroffen door KPNs toegevoegde materie bezwaar: Het centraal beperkte B3-telecomoctrooi is nietig.

 

IEPT20240402, Hof Arnhem-Leeuwarden, Schadelijke beschuldigingen

Aannemelijk dat appellanten opdracht hebben gegeven aan de websitebeheerder om onrechtmatige artikelen over geïntimeerde op de website te plaatsen: stelling dat appellanten geld hebben betaald aan de websitebeheerder om negatieve publicaties over haar op zijn website te zetten door geïntimeerde grondig onderbouwd. Handelen appellanten is onrechtmatig jegens geïntimeerde: zeer aannemelijk dat de gevolgen voor de geïntimeerde ernstig zijn en eer en goede naam werden aangetast. Beschuldigingen vinden onvoldoende steun in het feitenmateriaal. Dwangsommen blijven in stand: hoge dwangsommen blijken noodzakelijke prikkel te zijn om opgelegde verboden na te komen. Geen liquidatietarief bij veroordeling betaling advocaatkosten: waarheidsplicht geschonden.