2022
Print this pageHoge Raad.
IEPT20221125, HR, KPN v High Point
Hight Point mocht centraal beperkte versie (B3) van het (in een eerdere procedure vernietigde) octrooi 772 B1 aan haar vorderingen ten grondslag leggen: geldigheid van EP 772 B3 was in de eerdere procedures bij rechtbank en hof nog niet beoordeeld. Centrale beperking van het octrooi wel effect na in kracht van gewijsde te zijn gegaan van vonnis van 15 september 2010, waarbij EP 772 B1 werd vernietigd: centrale beperking heeft plaatsgevonden voordat het vonnis van 15 september 2010 in kracht van gewijsde is gegaan. De overige klachten van het middel kunnen evenmin tot cassatie leiden: de Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).
IEPT20220325, HR, Accord v NPS
Bij het Hof (IEPT20200818) is de vernietiging van het Nederlandse deel van EP 761 voor cinacalcet en het daarop gebaseerde ABC alsnog afgewezen. De klachten over het arrest van het hof kunnen niet leiden tot vernietiging van het arrest. Ex 81 RO behoeft dit geen motivering. Proceskostenovereenkomst begroot op het indicatietarief voor een normale zaak.
IEPT20220225, HR, Wiko v Philips
Cassatieberoep verworpen – artikel 81(1) RO
IEPT20220225, HR, Philips v Wiko
Objectieve technische probleem bij beoordeling inventiviteit conform Problem Solution Approach (PSA): vast te stellen aan de hand van het technisch effect van de verschilmaatregelen tussen het in het octrooi geclaimde en de meest nabije stand van de techniek. Verschilmaatregelen die in het geheel niet bijdragen aan het technische karakter van de uitvinding – noch afzonderlijk noch in combinatie met andere verschilmaatregelen – worden niet meegewogen bij de inventiviteitsbeoordeling. Het in de octrooiaanvraag vermelde probleem wordt wel gebruikt als startpunt, maar kan zo nodig worden geherformuleerd. Geen onbegrijpelijk oordeel hof dat het gebruik van een spreidingsfactor van 256 ook in combinatie met de verschilmaatregelen ii) en iii) geen enkel efficiency verbeterend effect geeft en aldus geen bijdrage levert aan de oplossing van het probleem. Gelet op hetgeen hiervoor in 4.4-4.6 is overwogen, stond het het hof vrij het objectieve technische probleem te herformuleren in de in rov. 3.2.9 vermelde zin.
IEPT20220225, HR, Philips v Asus
De klachten van Philips kunnen niet tot cassatie leiden op de gronden uiteengezet in de rov. 4.4-4.10 van het arrest van heden in de zaak tussen Philips en Wiko (ECLI:NL:HR:2022:163).
Hof Den Haag
IEPT20221115, Hof Den Haag, Pharmathen Global v Novartis
Octrooi-inbreuk door moedervennootschap wegens feitelijk leiding of uitvoering geven aan inbreukmakende handelingen. Novartis heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat Pharmathen Global niet slechts de moedervennootschap is van Pharmathen Griekenland, maar feitelijk leiding of uitvoering geeft aan voorbehouden handelingen met betrekking tot de LAR-producten. Beschermingsomvang octrooi volgens twee-stappen benadering. Geen letterlijke inbreuk van het conclusie-element “een lineair PLG”: het al dan niet lineaire karakter van het PLG moet worden bepaald aan de hand van de in het kader van de productie van het PLG gebruikte initiator en meer in het bijzonder dat de gemiddelde vakpersoon op de prioriteitsdatum PLG gemaakt met glucose als initiator zou kwalificeren als ster PLG in plaats van lineair PLG in de zin van EP 519. Inbreuk door equivalentie van Purasorb en een lineair PLG. Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het eerste vereiste voor equivalentie, te weten dat de door Pharmathen Griekenland en Pharmathen Global toegepaste werkwijze de problemen die ten grondslag liggen aan het octrooi ook oplost en dat Purasorb in dat kader eenzelfde functie vervult als het geclaimde lineaire PLG. Er is ook voldaan aan het tweede vereiste van een billijke bescherming van de octrooihouder. Zoals hiervoor overwogen, passen Pharmathen Griekenland en Pharmathen Global met hun werkwijze de leer van het octrooi toe en realiseren zij aldus de daaraan verbonden voordelen. Dat pleit ervoor die werkwijze onder de reikwijdte van EP 519 te brengen. Er is ook een voldoende mate van rechtszekerheid. De gemiddelde vakpersoon zal begrijpen dat de octrooiconclusies ruimte laten voor equivalenten, omdat de leer van het octrooi voor de gemiddelde vakpersoon duidelijk breder is dan enkel het gebruik van het geclaimde lineaire PLG en mede het gebruik van Purasorb omvat. Er is geen goede grond om die werkwijze desondanks niet onder de reikwijdte van EP 519 te laten vallen. Het feit dat Purasorb niet letterlijk valt onder het kenmerk ‘een lineair PLG’ in de zin van EP 519 hangt samen met het feit dat er op de prioriteitsdatum nog geen methode beschikbaar was om de vertakkingsgraad van PLGs nauwkeurig vast te stellen en dat PLGs daarom werden geclassificeerd op basis van de gebruikte initiator.
IEPT20220920, Hof Den Haag, Tinnus v Koopman
Octrooi EP 948 van Tinnus geldig, met uitzondering van conclusie 6: Tinnus heeft de geldigheid van conclusie 6 niet (meer) verdedigd, waardoor het hof de nietigverklaring in zoverre zal toewijzen. Waterballonvuller van Koopman valt niet onder de beschermingsomvang van octrooi EP 948 van Tinnus: De waterballonvuller van Koopman voldoet niet ‘letterlijk’ aan de kenmerken. Beroep op equivalentie slaagt niet: er is geen redelijke mate van rechtszekerheid. Geen inbreuk op werkwijzeconclusies: De behuizing van de waterballonvullers van Koopman heeft geen meervoudig aantal gaten. Koopman heeft schade geleden door brief aan Action, persberichten en het beslag: De brief aan Action wekt ten onrechte de indruk dat de IE-rechten van Tinnus worden geschonden. Het eerste persbericht wekt de indruk dat de verhandeling van waterballonvullers van Koopman een inbreuk oplevert op de Gemeenschapsmodelrechten van Tinnus. Doordat de waterballonvullers van Koopman niet binnen de reikwijdte van de Gemeenschapsmodelrechten van Tinnus vallen, kon het beslag niet worden gebaseerd op de rechten van Tinnus.
IEPT20220516, Hof Den Haag, Novartis v Mylan
Formele verlening octrooi moment van publicatie/openbaarmaking van de vermelding van de verlening: rechtszekerheid voor degenen die geen weet (kunnen) hebben van een eerdere materiële vaststelling. Toekomstige octrooihouder kan nadeel ondervinden van derden die in de periode tot aan de publicatie van verlening de uitvinding toepassen: aanspraak op redelijke vergoeding voor de periode tussen materiele vaststelling en formele verlening (artikel 72 ROW). Geen plaats voor aanvullende bescherming onrechtmatige daad: aanspraak op redelijke vergoeding uitputtende regeling. Geen misbruik van recht door Mylan door gebruik te maken van de maanden voor de formele verlening: alleen al door het feit dat Novartis een redelijke vergoeding zou kunnen verkrijgen, kan niet worden gezegd dat sprake is van een onevenredigheid tussen het belang van Mylan en het belang van Novartis.
IEPT20220301, Hof Den Haag, LONGi v Hanwha
Grensoverschrijdende bevoegdheid in kort geding. Nietigheidsverweer tast bevoegdheid inzake grensoverschrijdende verbodsvorderingen niet aan. Artikel 24(4) Brussel I bis staat er niet aan in de weg dat de voorzieningenrechter, die op basis van de woonplaats bevoegd is om kennis te nemen van een op inbreuk op een Europees octrooi gebaseerd grensoverschrijdend verbod, een voorlopig oordeel geeft over de nietigheidsverweren met betrekking tot die buitenlandse delen. Handhavingsgerechtigheid Hanwha aangenomen voor die landen waar zij als rechthebbende in het register is ingeschreven. Van de in artikel 256 Rv gegeven bevoegdheid om een gevorderde voorziening te weigeren vanwege ongeschiktheid om in kort geding te worden beslist moet terughoudend gebruik worden gemaakt. Beschermingsomvang octrooi. Gegeven de irrelevantie van de onbedoelde tussenlaag voor de met de uitvinding bereikte technische effecten zal de gemiddelde vakman aan de letterlijke bewoordingen van de conclusie op zichzelf beschouwd geen beperkende betekenis toekennen, in die zin dat de tussenlaag waarvan hij weet dat die zal ontstaan, is uitgesloten. Essentie van de uitvinding. Vakman - feitelijk uitvinder. Een Europees octrooi dient te worden uitgelegd vanuit het perspectief van de gemiddelde vakman, waarmee de feitelijk uitvinder niet op één lijn gesteld kan worden. Het in aanmerking nemen van het verleningsdossier bij de uitleg van een octrooiconclusie omvat niet mede verleningsdossiers van parallelle niet-Europese octrooien.
IEPT20220222, Hof Den Haag, Ferring v Allergan
Octrooirecht. Ferring eist de octrooiaanvragen van Allergan op omdat kennis is overgenomen en ontleend aan haar medewerkers. Er worden twee uitvinders toegevoegd aan het octrooiregister en één verwijderd. Geen verjaring, omdat er geen termijn geldt voor opeising van deOctrooirecht. Ferring eist de octrooiaanvragen van Allergan op omdat kennis is overgenomen en ontleend aan haar medewerkers. Er worden twee uitvinders toegevoegd aan het octrooiregister en één verwijderd. Geen verjaring, omdat er geen termijn geldt voor opeising van de aanvragen, wel binnen 5 jaar na publicatie ex 78 lid 7 ROW. Opeising divisionals en niet-Europese aanvragen succesvol.
IEPT20220222, Hof Den Haag, ASSIA v KPN
Octrooi op het gebied van datacommunicatie (DSL). Uitleg beschermingsomvang conclusie. Gezichtspunten, equivalentie, perspectief vakman en betekenis openbaar deel verleningsdossier. Uitleg ‘profile state transition matrix beperkt tot gebruik van een matrix. Aan het gebruik van een eenvoudig verwisselbare matrix inherente voordelen wezenlijk voor het bereiken van het doel van de uitvinding. Gelet op het wel noemen van alternatieven in de beschrijving, maar de beperking tot specifiek het gebruik van een matrix in de conclusies, zal de gemiddelde vakman – zeker gezien de beschreven daaraan inherente voordelen – aannemen dat voor de in de beschrijving wel geopenbaarde, maar niet in de conclusie geclaimde middelen geen bescherming wordt gezocht (‘disclosed but not claimed is disclaimed’). Uitleg ‘estimated data’. Estimated data zijn schattingen die worden gemaakt op basis van de door een controller, of DSL optimizer gegenereerde operationele gegevens. Estimated data zijn daarom betrouwbaar omdat deze afkomstig zijn van het datacommunicatiesysteem van de operator zelf en de schattingen aan de hand van beproefde methoden, zoals water-filling, kunnen worden gebaseerd op een groot aantal profiel-onafhankelijke gegevens. Geen inbreuk wegens ontbreken profielstatus-transitiematrix en gebruik van estimated data.
Rechtbank Den Haag
IEPT20221031, Rb Den Haag, HE Licenties v Jovaplant
Octrooien en eiser als exclusief sub-licentienemer van deze Octrooien rechtmatig: vonnis incident rechtbank is een voorlopig oordeel (IEPT20220727). Vordering tot opheffing conservatoire beslagen Jovaplant toegewezen: vanwege rechtsgeldigheid Octrooien is het onduidelijk of Jovaplant gerechtigd is om de nietigheid dan wel de buitengerechtelijke vernietiging in te roepen van de met eiser gesloten licentieovereenkomst en in het verlengde daarvan aanspraak kan maken op terugbetaling van de door haar betaalde licentievergoedingen. Hoewel niet kan worden uitgesloten dat Jovaplant op enig moment een vorderingsrecht kan doen gelden, is het bestaan hiervan vooralsnog zo onzeker dat conservatoire maatregelen te voorbarig zijn.
IEPT20220810, Rb Den Haag, Floration v RFH
Onder de beschermingsomvang van conclusie 8 (en volgende) van EP 036 van Floration valt verpakking die ethyleenregulerend is en niet enkel ethyleendoorlatend: de gemiddelde vakpersoon zal ethyleendoorlatendheid niet beschouwen als een vorm van ethyleenregulering. Royal Flora Holland maakt met haar verpakkingen voor het langdurige transport van rozen en chrysanten geen inbreuk op octrooi EP036 van Floration: gesteld noch gebleken is dat er naast maatregelen (openingen/gaatjes in de verpakking) die maken dat de verpakking zuurstof- en ethyleendoorlatend is, andere (zoals absorberende) maatregelen in/aan de verpakkingen zijn getroffen bijdragen aan de ethyleenregulatie.
IEPT20220601, Rb Den Haag, Barco v Sahara
Clevershare maakt geen inbreuk op octrooi EP 668. Alleen Clevershare CS2 wordt meegenomen in oordeel of Clevershare inbreukt maakt op de conclusies van EP 668: Barco had een onderscheid moeten maken tussen de drie generaties en per generatie duidelijk moeten maken waarom vanuit moet worden gegaan dat daarin de maatregelen van de conclusies worden toegepast. Enige presentatiesysteem dat op moment van uitbrengen van de dagvaarding onder de naam Clevershare door Sahara werd gebracht is de CS2. CS2 niet inbreukmakend: het in EP668 geclaimde kenmerk van een transmitter ontbreekt in de CS2. Verklaring voor recht van niet-inbreuk CS3 op (maatregelen) EP668 afgewezen: geen belang in clearing the way omdat CS3 in 2019 op de markt is gekomen. Gewenste verklaring is met een dongle die beschikt over een type USB-C-connector onvoldoende concreet voor de conclusie dat er geen sprake is van een connector in de zin van het octrooi.
IEPT20221123, Rb Den Haag,Sandoz v Astellas Pharma
VRO-procedure. Octrooi voor geneesmiddel mirabegron voor behandeling van overactie blaas. Geen aanwijzing in stand van techniek dat mirabegron in staat was tot zeer sterke relaxatie van detrusor. In octrooi is 94% relaxatie aangetoond. Vorderingen vernietiging octrooi en ABC afgewezen.
IEPT20221223, Rb Den Haag, PDA v ABI
PDA is octrooihouder: uit de door PDA overgelegde overenkomst (EP18) valt af te leiden dat het octrooi aan PDA is overgedragen. Volgens de gemiddelde vakpersoon zal het vat in kenmerk 1.7 slechts een richting aanduiden: de gemiddelde vakpersoon zal, tegen die achtergrond, conclusie 1 dan ook zo opvatten dat de zinsnede[s] 'when the one end of the cartridge unit (1) is (not) inserted in(to) the container' betrekking hebben op de installatie van de cartridge unit in het beverage dispensing part waarbij deze richting, waar het vat/fust zich bij ingebruikname bevindt, wordt op bewogen. Er is sprake van een letterlijke inbreuk van ABI op conclusie 1 van EP 693: het beverage dispensing part van de PerfectDraft Pro bevat een installation means die voldoet aan deze (letterlijke) uitleg van de conclusie (kenmerk 1.7). Tevens is sprake van equivalentie: PerfectDraft Pro is technisch equivalent aan die van conclusie 1 (kenmerk 1.7). Ook is passend om bij de beschermingsomvang van het octrooi rekening te houden met equivalenten, rechtszekerheid voor derden doet hier onvoldoende aan af. Daarbij is de equivalente variant nieuw en inventief. Er is geen gerede kans dat het octrooi EP 693 in bodemprocedure nietig wordt bevonden: conclusie 1 is nieuw, conclusies 1 en 2 zijn inventief en EP 693 is nawerkbaar. Geen ontlening aan hetgeen in opdracht van rechtsvoorgangers van ABI is ontwikkeld: vermeend uitvinder [H] gaf voorkeur aan andere oplossing dan de in EP 693 geclaimde uitvinding.
IEPT20230118, Rb Den Haag, Advanced Bionics v Med-El
Octrooirecht. Gehoorimplantaatsystemen (Cochleaire implantaatsystemen). Verklaring van niet-inbreuk wordt afgegeven. Geen letterlijke inbreuk, geen sprake van equivalentie. Er is niet één schijfvorm er zijn maar liefst vier magneten die ook elk om hun eigen as kunnen roteren. Reconventionele inbreukvordering wordt afgewezen. Overeengekomen: €150.000 aan proceskosten.
IEPT20221012, Rb Den Haag, Google v Sonos
Sonos maakt geen inbreuk op EP 491 omdat de Sonos Search Function, en daarmee de Sonos-app, geen notification (“mededeling”) voortbrengt als bedoeld in conclusie 1, 7 en 12 van het octrooi: ziet uitsluitend op asynchrone mededelingen.
IEPT20220803, Rb Den Haag, VDC v EC
Beschermingsomvang van de gewapperde octrooien beperkt tot nihil. EC behoorde dat te weten. Dreigen met handhaven octrooirechten onrechtmatig. Brief was gericht aan ondernemers die niet juridisch geschoold zijn. VDC uit angst voor beslaglegging niet haar champignonkweekopstelling niet gepresenteerd op beurs. Potentiële klanten blijven weg bij dreigende inbreuk. Wapperverbod en rectificatie kantelbare champignonkweekopstelling. Verbod om mededelingen te doen aan afnemers van VDC c.s. met de strekking dat de kantelbare kweekstellingen van VDC c.s. inbreuk maken op octrooirechten en aanvragen daarvoor van EC c.s.
IEPT20220727, Rb Den Haag, HE Licenties v Orchid Gardens
HE Licenties roept octrooirechten in tegen afnemers van Orchid Gardens. Er wordt geen inbreuk gemaakt op werkwijzeconclusie door een andere werkwijze toe te passen. Het OCNL-advies beschouwt het voortbrengselconclusie als een kleuring volgens de stand van de techniek met een in die stand van de techniek gebruikelijke kleurstof. Er wordt een wapperverbod gegeven.
IEPT20220621, Rb Den Haag, Novartis v Mylan
Octrooirecht. TKB besluit tot octrooiverlening en verwijst naar Examining Division voor verlening op grond van de conclusie in het hoofdverzoek. Novartis vraagt om toepassing afstemmingsregel. Echter dat is van toepassing in oppositieprocedures waar er tegenspraak is, niet voor de verleningsprocedures. Er is een gerede kans dat octrooi in oppositie of in nietigheidsprocedure wordt vernietigd vanwege een gebrek aan inventiviteit. Geen inbreukverbod.
IEPT20220601, Rb Den Haag, Kiremko v Tomra
Gemiddelde vakpersoon zal conclusie 1 van EP379 zo lezen dat het afsluitorgaan alleen door stoomdruk – met afsluiting van andere krachten – op zijn plaats wordt gehouden: wanneer vakpersoon deelkenmerk 1.5 leest in het licht van octrooischrift zal de vakpersoon begrijpen dat geen andere maatregelen bijdragen aan het in gesloten positie houden van het sluitorgaan, in het bijzonder niet een actuator of persluchtmotor. Kiremko maakt met de Magma Valve, al dan niet als onderdeel van de Strata Invicta geen inbreuk op conclusie 1 van het octrooi van Tomra: de Magma Valve vormt een vereenvoudiging ten opzichte van de stand van de techniek en in de Magma Valve wordt het sluitorgaan in gesloten positie gehouden door stoomdruk en een additionele kracht. Geen beroep op inbreuk bij wege van equivalentie: het voorzien in extra krachten wanneer de afsluiter in gesloten stand is wordt niet aangemerkt als uitvoeringsvorm die equivalent is aan conclusie 1.
IEPT20220510, Rb Den Haag, BMS v Sandoz
Gerede nietigheidskans wegens ontbreken inventiviteit door het niet plausibel zijn van de geclaimde uitvinding. Plausibiliteitsvereiste conform Nederlandse jurisprudentie tot uitgangspunt genomen (in afwachting van de uitspraak van de Grote Kamer van Beroep in G2/21). Ab initio plausibiliteitstoets. Indien het effect niet reeds in de oorspronkelijke aanvrage plausibel is gemaakt, kan er geen beroep op post published data worden gedaan om dat effect alsnog te onderbouwen. Onzeker of de bodemrechter enig voordelig of verrassend effect plausibel zal achten na lezing van de aanvrage. Er was geen enkele reden was om de voordelige resultaten van Ki-metingen niet op te nemen in de aanvrage. Minst genomen had naar voorlopig oordeel in de aanvrage iets kunnen en moeten worden opgenomen over dat er gunstige Ki’s (in het nanomolaire bereik) waren gevonden bij de geselecteerde verbindingen zodat een gemiddelde vakman ook getriggerd zou zijn geweest om die verbindingen te testen. Dit geldt temeer omdat thans in de aanvrage eigenlijk alleen maar een wens tot nanomolaire Ki’s is opgeschreven en voorts dat Ki’s tot in het micromolaire bereik waren gevonden, verre van interessant derhalve. Het heeft er nu alles van dat die informatie om een andere reden is weggelaten, bijvoorbeeld om in wezen (zo lang mogelijk) geen openheid te geven over de gedane uitvinding. Hoewel het uiteindelijk verleende octrooi enkel nog ziet op apixaban, staat (dus) ook daarin nog altijd niet met zoveel woorden waarom die verbinding zo interessant is. Dat een en ander doet geweld aan de zogenaamde quid pro quo of patent bargain in het octrooirecht (de aanvrager verkrijgt zijn monopolie in ruil voor openbaarmaking van de uitvinding).
IEPT20220322, Rb Den Haag, Novartis v Mylan
Geen sprake van onrechtmatig handelen wanneer Mylan na het einde van de marktexclusiviteit van Gilenya van Novartis, op de markt komt met fingolimod Mylan tot het moment dat het octrooi van Novartis wordt verleend op basis van aanvraag EP894: fingolimod Mylan valt onder de beschermingsomvang van een octrooi van Novartis dat in de komende maanden naar verwachting door het EOB verleend zal worden op aanvraag EP 894 er bestaat echter geen terugwerkende kracht aan de aanvrager en toekomstige octrooihouder voorbehouden handelingen. Dit is niet in strijd met artikel 33 TRIPS-verdrag. Uit de wetsgeschiedenis van de artikel 43A en 43B ROW1910 kan niet de conclusie worden getrokken dat de wetgever bedoeld heeft het toepassen van het octrooi in de periode tussen de feitelijke beslissing tot verlening door het EOB en de daadwerkelijke publicatie van verlening van een Europees octrooi als een onrechtmatige daad aan te merken. Het handelen van Mylan is niet onrechtmatig, wel is zij gehouden een vergoeding met terugwerkende kracht te betalen.
IEPT20220203, Rb Den Haag Corbin v Pelvitec
Naar voorlopig oordeel EP811 nietig: octrooi verleend in aanzienlijk beperkter vorm dan aangevraagd. De toegangsnaald in kwestie valt niet onder de bescherming octrooi EP811. Geen sprake van indirecte inbreuk op de wijze zoals door Corbin in de dagvaarding gesteld: Gilette-verweer van gedaagde slaagt.
IEPT20220126_Rb_Midden-Nederland_Google_v_Sonos
Octrooirecht. VRO. Google heeft niet aan haar stelplicht voldaan wat betreft inbreuk op octrooikenmerk in het Verenigd Koninkrijk, Italië en Finland. Mogelijke aanvullende stellingen, bijvoorbeeld met betrekking tot inbreuk op grond van equivalentie, zijn al helemaal niet gemotiveerd ingenomen. Voorziening afgewezen.
IEPT20220126, Rb Den Haag, Insud v Galenicum
Nederlandse deel van octrooi nietig wegens gebrek aan inventiviteit. Voorbeelden bevatten informatie over hulpstoffen, technieken en meetmethoden waarover de vakman al over beschikt. Geen technisch effect verschilmaatregel aangetoond.
IEPT20220209, Rb Den Haag, Asetek v Coolergiant
Vorderingen Asetek in conventie afgewezen. Uitspraak rechtbank Den Haag van 20 september 2017 waarin onderhavige Nederlandse deel van het octrooi voor een koelsysteem van een computer werd vernietigd, is in kracht van gewijsde gegaan, waardoor EP 771 onmiddellijk haar werking is ontnomen. Proceskosten in conventie en reconventie begroot op het overeengekomen bedrag van € 112.500,-,. De invoering van Indicatietarieven octrooirecht per 1 september 2020 is geen (onvoorziene) omstandigheden die maakt dat het onredelijk of onbillijk zou zijn dat Asetek aan de overeengekomen proceskostenafspraak uit 2017 gehouden wordt, ex artikel 6:248 lid 2 BW en 6:258 lid 1 BW.