De vijfde sessie van 2017 vindt plaats op maandag 6 november a.s. In één uur tijd worden de jurisprudentie-highlights van september - oktober 2017 op het gebied van IE besproken door Dick van Engelen (hoogleraar Maastricht University en hoofdredacteur Boek9.nl).
Let op: de webinar vindt plaats van 12:30 tot 13:30 uur.
Kosten (per sessie): € 75,- (excl. BTW) | 1 PO-punt. Klik hier voor meer informatie en aanmelden.
Aan de orde komen onder meer:
IEPT20171019, HvJEU, Merck v Merck
Slechts sprake van “dezelfde handelingen” ex artikel 109 lid 1 sub a Uniemerkenverordening indien vorderingen betrekking hebben op vermeende inbreuk op nationaal merk en gelijk Uniemerk op het grondgebied van dezelfde lidstaten. Indien voor rechterlijke instanties van verschillende lidstaten tussen dezelfde partijen inbreukvorderingen worden ingesteld - waarbij de eerste is gebaseerd op een nationaal merk en betrekking heeft op het grondgebied van een lidstaat, en de tweede is gebaseerd op een Uniemerk en betrekking heeft op het gehele grondgebied van de Unie - dient de rechterlijke instantie waarbij de zaak het laatst is aangebracht zich onbevoegd te verklaren voor het deel van het geding dat betrekking heeft op het grondgebied van de lidstaat waarop de vordering wegens inbreuk voor de eerst aangezochte rechterlijke instantie ziet. De laatst aangezochte instantie hoeft zich echter niet onbevoegd te verklaren indien de betrokken vorderingen niet langer het grondgebied van dezelfde lidstaten betreffen of indien de merken niet voor dezelfde waren of diensten gelden.
IEPT20171019, HvJEU, Raimund v Aigner
Vordering merkinbreuk kan niet worden afgewezen op basis van een absolute nietigheidsgrond zonder dat de reconventionele vordering tot nietigverklaring die op dezelfde nietigheidsgrond is gebaseerd, is toegewezen. Wanneer de reconventionele vordering is toegewezen, maar nog niet definitief is geworden, staat dat de bepalingen van verordening nr. 207/2009 een afwijzing van een vordering vanwege merkinbreuk op basis van een absolute nietigheidsgrond niet in de weg.
IEPT20171017, HvJEU, Bolagsupplysningen v Svensk Handel
Rechtspersoon kan beroep tot rectificatie van online publicatie, verwijdering reacties en schadevergoeding instellen bij de gerechten van de lidstaat waar zich het centrum van zijn belangen bevindt. Centrum van belangen betreft plaats waar merendeel economische activiteiten worden verricht: plaats van statutaire zetel niet doorslaggevend. Persoon kan geen beroep instellen tot rectificatie en verwijdering reacties bij de gerechten van elke lidstaat op het grondgebied waarvan de informatie toegankelijk is of was: deze vordering is – in tegenstelling tot vordering tot vergoeding schade – niet splitsbaar zodat zij slechts kan worden ingesteld bij een rechter die bevoegd is om kennis te nemen van de gehele vordering.
IEPT20171011, HvJEU, EUIPO v Cactus
Arresten CIPA v Registrar (IEPT20120619) en Praktiker Bau v Deutsche Patent und Markenamt (IEPT20050707) hebben geen betrekking op oudere merken die voor de datum van die arresten geregistreerd waren. Enkel gebruik van beeldelement van samengesteld merk is "normaal gebruik", indien onderscheidend vermogen van dat merk zoals ingeschreven niet wordt gewijzigd.
IEPT20171005, HvJEU, Hanssen beleggingen
Artikel 22 punt 4 Brussel 1 Vo niet van toepassing op geschillen over of een persoon terecht als merkhouder is geregistreerd
IEPT20170921, HvJEU, Easy Sanitary Solutions en EUIPO v Nivelles
Onjuiste rechtsopvatting Gerecht door van EUIPO te verlangen bij beoordeling nieuwheid model zelf verschillende onderdelen van een ouder model met elkaar te combineren: staat aan verzoeker in nietigheidsprocedure om volledige afbeelding oudere model over te leggen, een eventuele reconstructie zal bovendien onvolkomenheden vertonen. Terecht geoordeeld dat “betrokken sector” uit art. 7, lid 1 Vo 6/2002 niet is beperkt tot die van het voortbrengsel waarin het betwiste model zal worden verwerkt of toegepast. Blijk van onjuiste rechtsopvatting Gerecht door eis dat geïnformeerde gebruiker van het betwiste model bekend is met voortbrengsel waarin het oudere model is verwerkt of toegepast: dit zou extra voorwaarde opleveren die noch uit de letter noch uit de geest van Vo 6/2002 blijkt.
IEPT20170920, HvJEU, The Tea Board v EUIPO
Wezenlijke functie collectief Uniemerk: onderscheiden van waren of diensten van de leden van de vereniging van de merkhouder van die van andere ondernemingen, en niet deze waren te onderscheiden op basis van de geografische oorsprong ervan. Als conflicterende tekens enerzijds collectieve merken en anderzijds individuele merken zijn is de mogelijkheid dat het publiek kan aannemen dat waren en diensten betrekking hebben op zelfde plaats van herkomst geen relevante factor om aan te tonen dat waren het zelfde zijn of soortgelijk.
(wijzigingen/aanvullingen voorbehouden)